Heerlijk weer! Hoog tijd dus om een lente-activiteit te organiseren. Enkele klasburgermeesters uit de Raad van de eerste graad zorgden voor gezelschapspelletjes, tekenkrijt en dansactiviteiten. Top gedaan! #leerlingenparticipatie #marisstellainstituut

 

   

      

Op vrijdag 18 maart organiseerde de Leerlingenraad een 'Schrijf-ze-vrij-dag', in samenwerking met Amnesty International. Tijdens deze dag schreven ze brieven om de vrijlating van onschuldige burgers over heel de wereld te eisen. Dit past zeer mooi in het jaarthema 'Gewoon doen', aangezien onze leerlingen zich engageerden om dit goede doel tijdens hun vrije tijd te ondersteunen.

     

 
Tussen 15 en 18 februari waanden de leerlingen van het 4de jaar ASO zich in het Europees Parlement. Als echte politici vertegenwoordigden ze allemaal een land uit de EU en discussieerden vervolgens samen over wetten omtrent maatschappelijke kwesties. Milieu en klimaat, migratie, duurzame landbouw en natuurlijk ook pandemieën zoals corona passeerden de revue tijdens onze jaarlijkse MSE-debatten.
 
Op vrijdag was er dan de slotzitting om al deze wetten (al dan niet) te laten stemmen. Het voorbije stormweer zorgde voor extra tijdsdruk, maar onze leerlingen brachten hun vergadering tot een goed einde als echte professionals.
 
#MSE #marisstellainstituut
 
 
Op donderdag 17 maart gingen de leerlingen van de 2de graad KSO op kunstuitstap naar de Verbeke Foundation te Kemzeke.
 
Verbeke Foundation is een private kunstsite waar cultuur, natuur en ecologie samenkomen. De ruimte herbergt een indrukwekkende verzameling van moderne en hedendaagse kunst.
 
Met zijn 12 hectare natuurgebied en zijn 20.000 m² overdekte ruimte is de Verbeke Foundation één van de grootste privé-initiatieven voor hedendaagse kunst in Europa.
 
De presentatie van de kunstwerken is onaf, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museummuren.
 
 
We verzamelden wat reacties van leerlingen:
 
“ Ik vond het boeiend en leerzaam, soms een beetje eng. Door de tentoonstelling beleef ik kunst op een andere manier en leer ik er uit.”
 
“Ik vond het fascinerend en tegelijkertijd choquerend omdat er kunst werd tentoongesteld met dode dieren.”
 
“Het is heel indrukwekkend om te zien dat er zoveel verschillende manieren zijn om kunst te maken.”
 
“Het museum liet blijken dat niet alle kunst mooi en ingekaderd moet zijn, maar soms gewoon leuk is bedacht.”
 
“In Verbeke Foundation kun je zelfs in een kunstwerk slapen, echt leuk!”
 
“Het was een leerrijke en interessante rondleiding, ik heb veel bijgeleerd over ecologische kunst.”
 
 

Wat hebben de Harry Potterreeks, Game of Thrones, Disneysprookjes en zoveel andere populaire moderne verhalen gemeen? Dat was wat de leerlingen van 5 Moderne Talen probeerden te achterhalen in de workshop Heldenflix. Ze trokken daarvoor dinsdag 15 februari naar de Consiencebibliotheek in Antwerpen.
 
Met een ‘sprokkelboekje’ gingen ze aan de slag om een heleboel opdrachten uit te voeren en al snel bleek dat er een rechtstreekse lijn loopt van onze middeleeuwse avonturenromans naar de huidige versies: helden hebben een missie, worden geconfronteerd met het onverwachte en hebben een speciale naam. Bovendien krijgt de lezer of kijker een les voorgeschoteld en vallen de bedenkers vaak terug op clichés: een romanticus is dikwijls een muzikant, de krachtpatser van dienst is meestal een beetje dom.
 
Nadat al die inzichten verworven waren, konden de leerlingen zelf aan de slag: met getekende platen, minitoneeltjes en vertelbeurten stelden ze hun teasers voor een nieuwe Netflixreeks aan elkaar voor. De begeleidster was onder de indruk: elke verhaal kon wel aanspraak maken op een nominatie voor een of andere award: origineelste plotwending, best bedachte hoofdfiguur,…
 
Het doel van deze missie was daarmee bereikt of zoals de site van Heldenflix zegt: Entertainment veranderde enorm door de jaren, maar de achterliggende mechanismen blijven hetzelfde. De meeste ridderromans van toen zijn onbekend bij het publiek van nu, maar bevatten een schat aan vertelstrategieën die gemeengoed zijn voor hedendaagse schrijvers en scenaristen. En dat is precies wat we na deze workshop helemaal begrepen hebben.
 
Dat dit allemaal kon plaatsvinden in de zeer uitzonderlijk toegankelijke Nottebohmzaal van de bibliotheek maakte deze ervaring nog buitengewoner.
 
Een uitstap om met plezier op terug te kijken.
 
(B. Nelen)
 
 
 

Maris Stella verliest haar oud-leerlingen niet uit het oog. We volgen op de voet welke wegen onze ex-studenten inslaan en waarheen het leven hen leidt. Daarom richtten we de ‘Wall of fame’ op, een groeiende verzameling interviews met afgestudeerden die hun talenten op een interessante wijze hebben ontwikkeld. Deze maand spraken we met RAF DE BIE.
 
 
1.Dag Raf. Laat ons starten met een logische vraag: wanneer ben je afgestudeerd aan het Maris Stella instituut en binnen welke richting?
 
Ik studeerde af in 2005 in de richting Economie-Wiskunde (6u). Ik heb het vijfde jaar gedubbeld. Ik viel in de eerste week ziek uit en moest het ganse jaar thuis blijven. Het positieve aan dat verhaal is dat de vrienden die ik in dat gedubbelde jaar leerde kennen nog steeds tot mijn beste vrienden behoren.
 
Ik ben de school nog een bedankje verschuldigd om mij te laten afstuderen, want mijn punten namen in die laatste twee jaar een duikvlucht. Het was kantje boord.
 
 
 
2.Hoe kijk je terug op je schoolcarrière binnen Maris Stella? Welke vakken/ervaringen vond je interessant?
 
De eerste vier jaar vond ik school best oké, de laatste twee jaar waren door de ziekte behoorlijk droevig. Er zit dus een zekere tweespalt in hoe ik de dingen heb ervaren. Maar wat over die zes jaar altijd gelijk is gebleven: het zijn de leraren die de vakken interessant maken. Er waren jaren waarin ik Engels of godsdienst niet leuk vond en er waren jaren waarin ik net naar die lessen uitkeek.
 
Als ik toch een specifiek vak moet noemen, is het wiskunde. Het blijft me verbazen hoe we van een eenvoudig tellen op de vingers zijn gekomen tot een volstrekt abstracte wereld die toch steek houdt. Variabelen, matrices, verzamelingen en vergelijkingen. En van alles is bewezen dat het klopt. Het is in dezer tijden nog zowat de enige plek waar je met bewijzen moet afkomen voordat je wordt geloofd. Daarbij zei mijn voormalige leraar Frans Gyssels ooit ook dat wiskundigen van nature lui zijn. In die zin ben ik een ultieme wiskundige.
 
 
 
3.Je volgde een opleiding aan de SchrijversAcademie in Antwerpen. Wanneer besefte je dat je schrijver wilde worden?
 
Toen ik eenentwintig was, kreeg ik voor het eerst het idee dat ik een boek wilde schrijven. Dat heb ik toen ook maar meteen gedaan. Vervolgens werd het door uitgeverijen de grond in geboord. En ze hadden gelijk. Ik had nog te weinig ervaring, ik was veel te wild en ik had geen idee wat ik precies wilde vertellen. En echt goed schrijven kon ik ook nog niet. Zo volgden er daarna nog wat armzalige pogingen, tot ik besliste dat ik eerst één goede bladzijde moest leren schrijven alvorens te denken dat ik een publiceerbare roman kon uitbrengen.
 
Hierop begon ik deel te nemen aan heel veel schrijfwedstrijden, in alle genres die je maar kan bedenken. Uiteindelijk won ik er enkele. Dat gaf me het vertrouwen om me in te schrijven bij een echte schrijfopleiding: de SchrijversAcademie in Antwerpen. Daar kreeg ik les van bekende auteurs. En nadat ik daar steeds betere en langere kortverhalen leerde schrijven, waar ik mijn stijl ontdekte en in literaire tijdschriften publiceerde, was ik eindelijk echt klaar om nog eens een roman te proberen. Dat werd Dromenvanger Dino en het verhaal van de Vespa.
 
 
 
4.Je was eveneens twee jaar redactielid bij het Gentse tijdschrift Kluger Hans. Had je reeds een passie voor taal en literatuur toen je les volgde op Maris Stella?
 
Ik vond een boekbespreking maken altijd tot het minder vervelende huiswerk behoren. En als er in de opgave van die boekbespreking ergens een creatieve opdracht zat (bvb. om de laatste bladzijde van het boek te herschrijven) koos ik daar vaak voor. Ik schreef ook weleens een gedicht, al nam ik mezelf daarin nog niet serieus. Ik vond me in die dagen te cool om me kwetsbaar op te stellen. Jammer eigenlijk, want anders was mijn boek er vast sneller gekomen. Daarbij was het een goede manier geweest om mezelf wat beter te leren kennen. Het was net cool geweest als ik me toen had toegelaten om echt mezelf te zijn, om mezelf te ontplooien, in plaats van me daarvan af te schermen.
 
Verder was het fijn hoe het vak Nederlands doorheen de jaren evolueerde. Woordbouw, dictees en zinsleer vond ik nooit echt interessant. Maar in de latere jaren kregen we les over oude Nederlandse teksten en moesten we toneelstukken analyseren. Dat vond ik al een stuk leuker. En pas later begreep ik dat ik het vak Esthetica fijn vond, niet enkel omdat het een rustiger uurtje was, maar omdat die kunstenaars me wel lagen. Mogen nadenken over wat je in een schilderij ziet is natuurlijk boeiender dan Franse woordjes in het thema belastingen te leren.
 
Ik heb ook altijd veel gelezen. In die tijd waren dat voornamelijk thrillers en detectiveverhalen. Andere literatuur is pas veel later gekomen. Ik begrijp dat sommige studenten daar op afknappen. Als je The Catcher in the Rye of De Avonden moet lezen zonder dat je daar zin in hebt, heb je daar heel weinig aan. Meer nog, je loopt het risico om er een afkeer van te krijgen. Dat is jammer, want als je het juiste boek op het juiste moment leest, gaat er een nieuwe wereld open. Het boek dat mij in de literatuur heeft gebracht is Norwegian Wood van Haruki Murakami.
 
 
 
5.Je debuutroman Dromenvanger Dino en het verhaal van de Vespa kreeg lovende kritieken, zowel in binnen – als buitenland. Kun je even kort vertellen waar het verhaal over gaat?
 
Het verhaal gaat over Dino, een jonge hulpkok werkzaam onder een strenge chef in een Italiaans restaurant. Daarnaast is Dino een dromenvanger. Dat is een kinderspelletje dat hij ooit heeft bedacht: hij schrijft de namen op van de mensen waar hij over droomt. Op een dag ontmoet Dino de dochter van de chef. Diezelfde nacht droomt hij over haar. Het is een droom die blijft terugkeren, die hem iets lijkt te willen vertellen. En ook de oude Vespa van de chef lijkt een rol te spelen in dat verhaal. Samen met de dochter van de chef gaat Dino op zoek naar de oorsprong van die droom. Ondertussen beginnen droom en werkelijkheid door elkaar heen te lopen.
 
Dromenvanger Dino en het verhaal van de Vespa is een magisch-realistisch verhaal. Dat genre wordt in Vlaanderen, of zelfs in het Nederlandse taalgebied, niet vaak gebruikt. Een beetje jammer, want het geeft nieuwe mogelijkheden in hoe je een verhaal kan vertellen. Het is een genre met veel vrijheid, soms zelfs een speeltuin. Ik heb mijn inspiratie gehaald uit manga’s van oa. Inio Asano en Makoto Shinkai, maar ook bij schrijvers als Haruki Murakami en David Mitchell.
 
Het vreemde is dat de Belgische schrijvers Hubert Lampo en Johan Daisne vroeger wel erg populair waren in het magisch-realistische genre. Ergens is er dus iets verloren gegaan. Hopelijk draagt mijn boek een steentje toe bij om het genre weer op te starten.
 
 
 
6.Is er een gedachte die je graag meegeeft met je lezers? Wat hoop je dat zij halen uit jouw boek?
 
Ik heb het gevoel dat als ik een boek de wereld in gooi, dat het dan aan de lezer is om te beslissen wat er kan worden uitgehaald. Anders ga ik sturen. Dat vind ik niet de taak van de schrijver.
 
Ik kan wel vertellen waar ik zoal in mijn hoofd mee bezig was tijdens het schrijven: hoe we zware gebeurtenissen kunnen plaatsen, hoe we bij het volwassen worden ons niet mogen laten vastroesten, niet te bitter mogen worden door de teleurstellingen die we meemaken, hoe verliefdheid ons risico’s laat nemen, en hoe het nuttig kan zijn om soms eens om ons heen te kijken en onze fantasie te gebruiken.
 
Dat hoeft er voor mij niet allemaal te worden uitgehaald. Het zijn gewoon een paar van de dingen die in mijn hoofd rondzweefden terwijl ik schreef.
 
 
 
7.Overleven als schrijver is niet altijd even makkelijk. Ervaar je dit zelf ook? Is het een moeilijke weg naar de literaire top?
 
Er bestaat een stelling die luidt: een boek schrijven is moeilijk, een goed boek schrijven nog moeilijker, en dat boek vervolgens nog uitgegeven krijgen is haast onmogelijk. Dat klinkt een beetje overdreven en dat is het wellicht ook. Ik geloof dat, als je een boek wil uitbrengen, dat ook kan lukken, al zal je er heel wat offers voor moeten maken. Er zijn heel veel hindernissen om te overwinnen. Los van het schrijven van het boek zijn er bij uitgeverijen namelijk maar weinig beschikbare plekjes vrij voor debutanten. In deze tijden, waarin er steeds minder wordt gelezen, beschikken veel uitgeverijen niet meer over de middelen om beloftevolle schrijvers te begeleiden in hun weg naar dat eerste boek. Dat is te begrijpen, nieuwe schrijvers verkopen vaak minder dan de gevestigde waarden en zijn dus een onzekere investering. Er kruipt gewoon bijzonder veel tijd in het persklaar maken van een manuscript.
 
Daarnaast kent iedereen de verhalen van zelfs een bekend boek als Harry Potter. Ook het manuscript van JK Rowling is erg vaak afgewezen, tot er dan toch een uitgeverij de sprong durfde te wagen. Hoe gebeurt zoiets? Ook bij mij was het uiteindelijk maar één uitgeverij die de samenwerking wilde aangaan. Bij andere uitgeverijen was het weliswaar bijna goed (of niet de stijl die we zoeken), maar dan hadden ze eerder interesse om een volgend manuscript te lezen. Dit debuut is ondertussen bijna onderweg naar een tweede druk. Dat toont dat je soms een beetje geluk moet hebben. De juiste persoon moet het boek op het juiste moment op het juiste bureau gooien, waardoor die uitgeversvonk ontstaat. Afwijzing hoort bij het wereldje.
 
Overleven kan je ook financieel bekijken. Van boeken schrijven word je niet rijk. Wie fictie wil schrijven, kan dat maar beter in zijn hoofd prenten. Ik ben zelf niet erg materialistisch ingesteld, dus voor mij is dat geen probleem. En nu dit eerste boek uit is, kan ik proberen een schrijfbeurs aan te vragen. Met dank aan de Vlaamse overheid! Verder kan ik bijvoorbeeld wat bijverdienen met het geven van lezingen, een losse schrijfopdracht of het inlezen van mijn audioboek. Er zijn ook veel schrijvers die voltijds of halftijds een andere job uitvoeren om de eindjes aan elkaar te knopen.
 
 
 
8.Heb je nog nieuwe projecten op stapel liggen? Wat mogen we in de toekomst van jou verwachten?
 
Ik heb nog heel wat ideeën liggen. Ik geloof dat ik nog makkelijk drie nieuwe boeken kan schrijven voor ik met iets volstrekt nieuw moet komen. De laatste maanden ben ik van het ene naar het andere manuscript gesprongen, maar nu heb ik toch het juiste idee beet dat hopelijk het tweede boek zal worden.
 
Verder zou er een droom uitkomen als er een anime van Dromenvanger Dino wordt gemaakt. Hoe dat werkelijkheid moet worden, weet ik niet. Maar ik wist ook niet dat het schrijven van een roman ging lukken, dus misschien lukt ook dit wel een keer.
 
 
 
9.Welke boodschap zou je willen geven aan onze huidige zesdejaars die aan de vooravond staan van hun leven na Maris Stella?
 
Er is kortetermijngeluk en er is geluk op de lange termijn. Het eerste is makkelijk te bereiken, denk bijvoorbeeld aan een avondje uit. Het langetermijngeluk is anders. Het vergt tijd, geduld, doorzettingsvermogen en nog een heleboel andere vervelende dingen. Daarnaast is het ook nog eens moeilijker om te definiëren, het is een soort van tevredenheid met het pad waar je op zit. Het eerste, dat kortetermijngeluk, grijp ernaar zo veel je wil, maar denk van tijd tot tijd na over waar je op de lange termijn wil staan, toets je huidige leven af aan die toekomstvisie, en zet af en toe een stap in de juiste richting.
 

     

Tijdens de maand februari namen een groot aantal leerlingen deel aan de olympiades. Dit zijn de olympische spelen van de geest, waarbij leerlingen zich vrijwillig inschrijven om hun kennis van een bepaald vakgebied te testen. Zo was er de Olympiade STEM, natuurwetenschappen, biologie, fysica en Frans. In het verleden viel Maris Stella reeds meerdere keren in de prijzen. Ons opvoedingsproject focust zich op een brede ontwikkeling van vaardigheden en hoopt zo het cognitieve inzicht van jongeren maximaal te ontplooien. We zijn dan ook blij dat vele van onze studenten de eerste rondes hebben overleefd. Benieuwd of ze de eindmeet halen….

      

    

  

 

     

De leerlingen van de eerste graad toonden zich van hun creatiefste kant tijdens de Gedichtendag. In bijlage enkele foto's van gedichten die de leerlingen tijdens de lessen BOT hebben gemaakt. Via knipgedichten, Google gedichten en stiftgedichten moesten zij een artistieke component toevoegen aan alledaagse teksten zoals recepten en Internetbronnen.

 

      

                 

 
Op vrijdagavond 10 maart waren 23 leerlingen uit het 5de jaar bereid om hun agenda vrij te maken voor een uitstap naar het Elisabethcenter in Antwerpen. Op het programma stond namelijk een klassiek concert, uitgevoerd door het Antwerp Symphony Orchestra onder leiding van dirigente Elim Chan.
 
Deze avond was een ware totaalbeleving, waarbij onze leerlingen werden ondergedompeld in de wondere wereld van de klassieke muziek. Voor de aanvang van het concert kregen zij een rondleiding backstage door twee professionele docenten die hen meer vertelden over de fantastische concertzaal, de praktische werking van het orkest en de verschillende soorten instrumenten. Ook kregen onze studenten de kans om al hun vragen te stellen aan één van de orkestleden (een fluitiste), die speciaal tijd voor ons had vrij gemaakt. Deze ruime introductie was een geweldige opwarming om vervolgens de orkestleden live in actie te zien.
 
         
 
Voor de pauze stonden twee werken van W.A. Mozart op het programma: de ouverture van Idomeneo en zijn 24ste pianoconcerto. De virtuositeit van pianist Steven Osborne maakte een diepe indruk! Na een welverdiend drankje was het tijd voor de klepper van de avond: Tchaikovski’s 6e symfonie. Een meeslepend werk vol pathos en emotionele energie die niemand in de zaal onberoerd liet. De leerlingen beleefden een avond die ze niet snel zullen vergeten. Het bewijs dat klassieke muziek onze jeugd kan raken en boeien.
 

   

   

   

Op vrijdag 10 maart vierden onze leerlingen hun 100 dagen. Maffiosi, ex-gedetineerden en andere duistere types bevolkten onze school. Het thema van dit jaar was dan ook 'criminelen'. De leerkrachten voelden zich dus licht ongemakkelijk 😊. Gelukkig werd er geen schade berokkend en verrasten ze ons en hun medestudenten met een wervelende show, lekkere frietjes aan de foodtruck en een goeie dosis sfeermuziek.

          

Als groene school is het onze verantwoordelijkheid om zo weinig mogelijk afval te produceren en leerlingen bewust te maken van de correcte sorteerregels. Daarom neemt Maris Stella deel aan “Operatie Proper”, een initiatief van Mooimakers. Deze ondersteunt ons ecologische schoolbeleid en de milieubewuste initiatieven die onze school onderneemt. Hierbij denken we aan de jaarlijkse Week of Waste (waarbij leerlingen van het vierde jaar zwerfvuil ruimen rondom de school) en we maken om de 14 dagen de PMD- en huisvuilzakken zichtbaar op de speelplaats. Zien we een daling? Dan worden onze leerlingen beloond voor hun inspanningen!
 
In het teken van Operatie Proper planden enkele leerkrachten op donderdag 10 februari een actie rond afval sorteren. Deze actie werd georganiseerd vanuit de werkgroep MOS (Milieu op school) en zet zich in om, samen met de leerlingen, een milieuvriendelijke en duurzame leer- en leefomgeving te creëren.
 
Enkele leerkrachten trokken, met grijpstokken in de aanslag, de speelplaats op en spoorden de leerlingen aan om zwerfafval in de correcte vuilbakken te sorteren. Daarnaast konden ze eveneens diverse spelletjes spelen om hun bewustzijn omtrent correct sorteren te vergroten. Een leuke en leerrijke manier om samen te streven naar een propere wereld.
 
Met resultaat! In slechts 14 dagen hebben we de hoeveelheid afval op school aanzienlijk zien verminderen. Belofte maakt schuld: op 25 februari mochten onze leerlingen als beloning hun schooluniform vervangen door een gekke verkleedoutfit.
 
Ondertussen blijven we strijden tegen de afvalberg door goed te sorteren en geen zwerfvuil achter te laten!
 
 

 

Tijdens de maand februari moedigden we onze leerlingen aan om hun gezondheid een boost te geven. We daagden hen uit om een ‘challenge’ aan te gaan: hun gsm-gebruik beperken, minder frisdrank drinken, meer bewegen, …  
 
Op onze website plaatsten we een overzicht van alle gezondheidsacties en wat achtergrondinformatie.
De leerlingen kozen zelf een zinvolle uitdaging waar zij zich voor konden motiveren en beloofden dit minstens één maand vol te houden. Ook mochten ze hun klasgenoten uitdagen om samen de strijd aan te gaan, want samen sta je sterker. 
 
De leerlingen deelden hun keuze mee aan de leerkracht LO die hun voortgang opvolgde. Als leerkrachtenteam van een groene school moeten wij uiteraard het goeie voorbeeld geven! Enkele leerkrachten gaven zich vrijwillig op om tijdens de middagen, samen met de studenten, actief te gaan wandelen in de schoolomgeving. Zo voelden de leerlingen zich geruggesteund.
 
Maar de grootste motivatie bleef uiteraard: een gezonde geest in een gezond lichaam!
 

Op woensdagnamiddag 19 januari werd de sporthal omgetoverd tot een 'archery tag arena'. Eerst leerden de leerlingen schieten met pijl en boog op obstakels. Nadien namen zij het tegen elkaar op in verschillende wedstrijden. Maskers op, bogen in de aanslag en aanvallen!

     

 

 

Op dinsag 8 februari maakten de leerlingen van het 6de jaar KSO een korte maar leuke uitstap naar het domein de Kooldries in Brecht, mét de fiets. Hier hebben ze ook een wandeling met opdrachten van 5km gemaakt die hen weer wat heeft bijgeleerd over de aardrijkskunde van de streek, en ook dat je best goede stapschoenen aandoet en niet je witte sneakers als je gaat wandelen in een domein vol oude kleiputten. Zeker niet als het al veel heeft geregend in de weken ervoor… Tip dus aan diegenen die deze uitstap nog tegemoet gaan: als mevrouw zegt dat je goede wandelschoenen aan moet doen, doe dit dan !
De uitstap paste ook helemaal in de februari-challenge “voldoende bewegen”, dus het was zeker een goede combo sporten en leren.
 
 

 

Maris Stella verliest haar oud-leerlingen niet uit het oog. We volgen op de voet welke wegen onze ex-studenten inslaan en waarheen het leven hen leidt. Daarom richtten we de ‘Wall of fame’ op, een groeiende verzameling interviews met afgestudeerden die hun talenten op een interessante wijze hebben ontwikkeld. Deze maand spraken we met NOUCHIN DE LOOSE.

 

1. Dag Nouchin. Laat ons starten met een logische vraag: wanneer ben je afgestudeerd aan het Maris Stella instituut en binnen welke richting?
 
Ik ben afgestudeerd in 2013 binnen de richting Wetenschappen – Wiskunde.
 
 
2. Hoe kijk je terug op je schoolcarrière binnen Maris Stella? Welke vakken/ervaringen vond je interessant?
 
Ik kijk met een tevreden blik terug op mijn tijd aan Maris Stella. Zowel binnen de klasmuren als daarbuiten heb ik heel mooie momenten mogen beleven. Wat me vooral is bijgebleven zijn de leuke studiereizen die we gemaakt hebben. Xanten, Canterbury, Parijs en de rondreis door Italië, één voor één ervaringen om nooit meer te vergeten.
 
Mijn lievelingsvakken waren chemie, biologie en natuurlijk ook wiskunde van Meneer Verhees. Vooral de lessen van Meneer Van den Langenbergh hebben op mij een diepe indruk nagelaten. Hij kon op een heel interessante manier lesgeven door veel te verwijzen naar zijn ervaringen in de industrie, proeven te demonstreren en ons te laten deelnemen aan de kristalwedstrijd (d.i. een zo groot mogelijk en mooi kristal laten groeien).
 
Deze interactieve manier van lesgeven en de koppeling tussen de theorie uit de boeken en de praktijk in de industrie zijn me sterk bijgebleven en hebben er voor gezorgd dat ik ook op deze manier wil lesgeven. Je kan, naar mijn mening, leerstof veel beter overbrengen als je het daadwerkelijk al eens hebt uitgevoerd!
 
 
3. Welke studie heb je aangevat na je afstuderen en waarom?
 
Ik heb biochemie en biotechnologie gestudeerd aan de universiteit van Antwerpen. Waarom? Goede vraag! Ik heb mijn studiekeuze heel lang uitgesteld. Ik denk dat ik pas in de paasvakantie voor de eerste keer gebladerd heb in de brochures die toen door de universiteiten werden rondgestuurd. Een onmogelijke keuze om tussen die honderden richtingen, de “juiste” studierichting te kiezen, dus ik maakte al snel een selectieproces.
 
Ik heb er toen voor gekozen om mijn lievelingsvakken te combineren (biologie, chemie en wiskunde), wat resulteerde in de richting Biochemie en Biotechnologie. Bovendien was het toen ook een vrij nieuwe richting waardoor mijn interesse nog meer getriggerd werd. Achteraf gezien heb ik zeker de juiste studiekeuze gemaakt. Ik heb geen moment gedacht “Waarom heb ik deze richting gekozen?”, maar op het eigenlijke keuzemoment rees toch vaak de vraag “Is dit zeker wel de juiste keuze?”. Ik denk dat iedereen op dat moment wel met een klein beetje stress zit voor die “allesbepalende” keuze.
 
 
4. Heb je het gevoel dat Maris Stella je goed heeft voorbereid op je hogere studies?
 
Zeer zeker! Maris Stella vraagt veel inzet en discipline van haar studenten, maar het zijn ook deze eigenschappen die me zo ver hebben gebracht. Bovendien zorgt Maris Stella er ook voor dat leerlingen met een leerstoornis gelijke kansen krijgen. In het 6e leerjaar werd een zware vorm van dyslexie bij me vastgesteld. Door de hulpmiddelen die Maris Stella aanbood, tijdens de examens maar ook op andere momenten doorheen het jaar, heb ik me verder kunnen ontwikkelen en geleerd hoe ik mijn ‘stoornis’ een plaats moest geven en hoe ik er mee moest omgaan. Ik ben er dan ook van overtuigd dat een leerstoornis niet bepalend is voor iemand zijn intellectueel kunnen. Iedereen blinkt ergens in uit! Ik duidelijk niet in taal, maar wel in de meer wetenschappelijke vakken.
 
Mijn eigenlijke studiekeuze voor Biochemie en Biotechnologie riep wel wat vragen op binnen Maris Stella. Ik weet nog goed dat, na het moment waarop we onze studiekeuzes moesten doorgeven, ik door Meneer Verhees apart werd geroepen met de vraag “Nouchin, weet je zeker dat deze studierichting bestaat? Zijn dit geen twee verschillende richtingen?”. Ik kan met zekerheid zeggen Mr. Verhees, Biochemie en Biotechnologie bestaat wel zeker als één richting.
 
 
5. Je blijkt een erg ondernemend iemand te zijn. Tijdens de lockdown van 2020 heb je niet stilgezeten. Je bracht, samen met je man, een eigen gin uit met de naam ‘Old Stories’. Waarom heb je dit gedaan?
 
De ondernemingskriebels heb ik overgenomen van mijn vriend. Hij is zeer ondernemend en speelde al even met het idee om een eigen drank uit te brengen. We hebben op een zondagmorgen al onze ideeën op tafel gegooid met ‘Old Stories’ als resultaat.
 
We zijn beide echte familiemensen dus we wisten al vrij snel dat familie centraal moest staan in ons idee. Onze gin is dus eigenlijk een ode aan onze beide families. Want hoewel het kernidee, de maalderij, vooral verwijst naar de familie van Matthias, zijn de details, zoals het etiket, een verwijzing naar mijn familie.
 
 
6. Hogere ‘ginstudies’ aan een prestigieuze universiteit bestaan naar mijn weten nog niet. Hoe begin je met het bedenken van een dergelijke drank? Hoe verloopt het creatieproces?
 
Je begint met een heel uitgebreid onderzoek. Eerst en vooral zijn we op zoek gegaan naar een drank waar we beide achter staan en lusten. Vervolgens zijn we beginnen denken over een mogelijk verhaal waaraan we de gin wilden koppelen. Dit verhaal hebben we dan proberen verder te trekken in de keuze van de smaak, het etiket en de uitstraling van de fles.
 
Je kan in België ook niet zomaar je eigen gin beginnen produceren. Als je zoiets dergelijks op de markt wil brengen, hangen hier een heleboel regels en wetten aan vast in verband met de voedselveiligheid. Dus een samenwerking op vlak van productie was hier wel aangeraden.
 
In overleg hebben we dan ons recept laten brouwen en bottelen. Het eindresultaat; naar eigen zeggen een heerlijke gin, waarbij de fles een streling is voor het oog en het verhaal aanzet geeft om even nostalgisch te worden en de familiegeschiedenis nog eens boven te halen.
 
 
7. Voor de mensen die nog inspiratie nodig hebben voor een kerstcadeau, kun je ons eens uitleggen wat er zo speciaal is aan de smaak van ‘Old Stories’?
 
Old Stories is een heel veelzijdige gin waarbij de focus ligt op ingrediënten die in en rondom de maalderij aanwezig waren, denk maar aan hooi, eikel, rabarber en heermoes. Het zijn zeker niet de standaard ingrediënten die je verwacht in gin. Het smakenpalet leent zich er echter toe om met verschillende tonics een totaal andere smaakbeleving te creëren. Hou je van zoet? Heb je het liever wat zachter? Of toch liever kruidig? Gebruik de juiste tonic en botanicals en het kan allemaal met één fles Old Stories.
 
Daarnaast is ‘Old Stories’ ook meer dan gewoon een fles gin, het is een stukje familiegeschiedenis, er schuilt een verhaal achter. We willen met ‘Old Stories’ graag een moment creëren waarin we mensen laten stil staan in het drukke leven en even laten genieten.
 
 
8. Slaat jullie experiment aan bij de mensen en hebben jullie nog toekomstplannen binnen deze interessante branche?
 
Wat letterlijk begon als een sprong in het diepe, is uitgedraaid tot een zeer leuke business. Wij krijgen veel leuke en enthousiaste feedback van mensen in de omgeving en dat is waarvoor we dit doen. Wij zijn geen grote speler binnen de markt, maar een klein en lokaal merk dat geapprecieerd wordt, en dat is heel fijn. Onze families zijn ook super trots en dat is het belangrijkste. Wat de toekomst brengt? Er borrelen wel wat ideetjes, zoals een thee met hetzelfde smakenpalet als de gin, maar de verdere uitwerking moet nog vorm krijgen.
 
 
9. Welke boodschap zou je willen geven aan onze huidige zesdejaars die aan de vooravond staan van hun leven na Maris Stella?
 
Kies voor iets wat je graag doet, of denkt te doen. Weet je het nog niet zeker terwijl de rest al rotsvast overtuigd is van zijn studiekeuze, geef jezelf dan de tijd. Je komt er wel uit op jouw tempo. Laat een leerstoornis bovendien ook niet je toekomst bepalen. Je bent meer dan je leerstoornis! En als laatste wil ik nog meegeven, verbreed af en toe je blikveld. Er is zoveel dat je kan missen als je niet af en toe die oogkleppen afdoet. Moest ik me 100% alleen gefocust hebben op mijn wetenschappelijke studie, dan had ik mijn liefde voor ondernemen niet ontdekt.

 

 

Sinds dit schooljaar hebben we op Maris Stella een nieuwe pedagogisch directeur: Mevr. Liesbeth Piot (links op de foto).
 
Vorig jaar mochten we Hilde van Dyck uitwuiven. Dit zorgde voor een reorganisatie binnen het directiebestuur. Mr. Otten werd algemeen directeur, Mevr. Mattheusen werd aangesteld als pedagogisch directeur 1ste graad en Mevr. Piot kreeg de 2de en de 3de graad onder haar hoede.
 
Mevr. Piot is een nieuw gezicht op onze school en de eerste kennismaking verliep alvast vlot. Uiteraard komen we graag iets meer te weten over onze nieuwe aanwinst en heten we haar van harte welkom. Een kort interview!
 
 
Dag Mevr. Piot. Allereerst wil ik u, in naam van het schoolbestuur en het personeel van harte welkom heten op onze school. Kende u Maris Stella reeds, alvorens u de functie van directeur opnam? Zo ja, in welke zin?
 
Dank u. Trouwens dank u aan iedereen om me zo warm welkom te heten.
 
Ik kende Maris Stella al een beetje. De school waar ik vroeger werkte, Sint-Ludgardis Antwerpen, en Maris Stella zijn beide KVO-scholen. De directeurs van KVO vergaderen regelmatig samen. Dus ik kende mevrouw Seuntjes, mevrouw Van Dyck, mevrouw Mattheussen en meneer Otten al. Het viel me altijd op dat hun inbreng to-the-point en onderbouwd was, en dat ze hartelijk waren. Ook was ik al eens op Maris Stella geweest omdat we mochten komen kennismaken met het Rafiki-project. Ik wist dus dat Maris Stella twee dingen heel goed met elkaar weet te combineren: een hoog niveau én goede zorg en ondersteuning voor de leerlingen.
 
Daarnaast ken ik Maris Stella ook als inwoner van Malle. En ook dat beeld was positief, want ik hoorde vooral zeggen dat mensen hun kinderen naar Maris Stella laten gaan omdat ze veel leren en goed aan de start van het hoger onderwijs kunnen beginnen. Ook dat ze niet meteen worden afgeschreven wanneer sommige zaken niet vanzelf gaan of er eens moeilijkheden opduiken. Dat laatste vind ik heel waardevol.
 
 
Kunt u misschien iets vertellen over uw vorige functie? Heeft u reeds ervaring binnen het onderwijs?
 
Ik ben ongeveer 8 jaar aan de slag geweest als pedagogisch directeur in Sint-Ludgardis Antwerpen. Mijn voornaamste taak was alles opvolgen dat met de leerlingen van de secundaire school te maken had. Op dat vlak zijn er veel gelijkenissen met wat ik nu doe of probeer te doen in Maris Stella. Dat helpt wel. Tegelijkertijd is elke school anders, dus ik probeer zo snel mogelijk alle gewoonten van Maris Stella te leren kennen. En in de eerste plaats natuurlijk de mensen die de school maken tot wat ze is: alle collega’s en leerlingen, het schoolbestuur, ouders, enz.
 
 
Wat was uw motivatie om binnen onze school te komen werken?
 
Ik had een positief beeld van Maris Stella en had bv. al regelmatig tegen mijn ouders en mijn echtgenoot gezegd dat als ik ooit de kans zou krijgen om daar aan de slag te gaan, ik dat wel graag zou doen. Tegelijkertijd was ik natuurlijk ook erg gehecht aan Sint-Ludgardis en ik deed mijn job daar ook heel graag. Dus de drempel om daar weg te gaan was wel hoog.
 
Wat heeft dan de doorslag gegeven? Soms was het pendelen naar Antwerpen echt zottenwerk. Vaak moest ik heel vroeg vertrekken en/of was ik heel laat thuis. Ik bleef soms zelfs in Antwerpen slapen, bv. tijdens de laatste week van juni met klassenraden, proclamaties, feesten en oudercontacten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Dat was allemaal alleen maar mogelijk door de vele hulp die we kregen van onze ouders, familie, babysitters, enz. En toen kwam corona en viel plots al die hulp voor een hele tijd weg. Dat heeft me echt doen beseffen dat het toch wel goed zou zijn om niet zoveel tijd te verliezen en dichter bij huis te werken. En net op dat moment verscheen er plots een vacature voor pedagogisch directeur 2e en 3e graad op Maris Stella. Dat pedagogische spreekt me erg aan. Ik haal veel voldoening uit het contact met leerlingen, leerkrachten, enz. Dus zowel de jobomschrijving als de school spraken me aan. Bovendien wist ik dat, als ik de job zou krijgen, ik in het directieteam zou komen met meneer Otten en mevrouw Mattheussen. Dat vond ik ook een pluspunt. Ik had dus echt het gevoel dat het nu of nooit was en heb dan mijn kans gewaagd.
 
 
Zijn uw eerste ervaringen binnen onze school positief? Wat is u inmiddels opgevallen?
 
Het klinkt misschien overdreven, maar mijn eerste ervaringen zijn echt wel heel positief. Wat me meteen opviel is hoe vriendelijk iedereen hier is. Dat vind ik dus echt geweldig. Er is veel werk en soms zijn er moeilijke dingen om aan te pakken. Dat je dat dan samen kan doen met mensen die vriendelijk zijn, u een eerlijke kans geven, open en oprecht zijn, is voor mij heel veel waard en is zeker één van de redenen waarom ik nog geen seconde spijt heb gehad van mijn beslissing.
 
Waar ik ook nog elke dag verbaasd over kan zijn, is wat voor toffe leerlingen hier zitten. Ook de leerlingen zijn heel vriendelijk en beleefd, zelfs wanneer mijn antwoord op een vraag soms helemaal niet is waar een leerling op gehoopt had. Daarnaast zijn er ook veel waardevolle initiatieven op MSI die mee door de leerlingen zelf georganiseerd worden. Dat zorgt voor een bruisende school, zelfs nu corona nog regelmatig stokken in de wielen steekt.
 
Ik zou nog veel dingen kunnen opsommen, maar als ik er nog één moet uitkiezen: het valt me ook op dat veel dingen heel degelijk in elkaar zitten en er veel en goed wordt samengewerkt: de digisprong, de hervorming van het secundair onderwijs, vakoverschrijdende projecten, enz. Er zijn heel wat thema’s die op een grondige manier en samen met verschillende mensen worden bestudeerd en georganiseerd. Dat ik daar mee deel van mag uitmaken, vind ik dus ook heel plezant.
 
 
Wat hoopt u te kunnen bijdragen aan ons opvoedingsproject? Ziet u nog uitdagingen voor onze school?
 
In de eerste plaats hoop ik er mee voor te zorgen dat de sterke punten van de school behouden blijven: een hoog studiepeil bereiken, het bieden van krachtige leeromgevingen, leerlingen ondersteunen in hun groei naar zelfstandigheid, het groene kader, enz. Die sterke punten behouden betekent volgens mij niet enkel verderzetten waar we al mee bezig zijn, maar telkens opnieuw de vertaalslag maken. Er is immers veel dat snel evolueert en een impact heeft op de leef- en leerwereld van jongeren. De uitdaging ligt volgens mij dus in een goed evenwicht tussen stabiliteit en veranderen of aanpassen.
 
 
Wat is uw beeld van onderwijs in de 21ste eeuw? Welke competenties zijn absoluut noodzakelijk voor een jongere?
 
Ik denk dat het belangrijk is dat jongeren in staat zijn om te blijven leren. De tijd dat iemand zich klaarstoomde om voor de rest van zijn leven 1 job te doen is denk ik voorbij. Bovendien zullen deze jongeren later zelfs jobs uitoefenen waarvan we nu het bestaan nog niet kennen. Het wordt dus des te belangrijker om een basis aan vaardigheden en competenties te hebben om levenslang te leren: in staat zijn te weten waar je nieuwe kennis kan vinden om een probleem op te lossen, een onderscheid kunnen maken tussen betrouwbare en valide kennis en ‘fake news’ of slecht onderbouwde beweringen, computationeel denken, zodat je begrijpt hoe nieuwe toepassingen zijn opgebouwd, creatief en ondernemend zijn, enz.
 
Voor mij betekent dat niet dat een goede kennisbasis niet meer belangrijk is. Je hoort soms dat mensen zeggen “waarom moet ik dat nog leren als ik het gewoon kan opzoeken?”. Je moet de geschiedenis kennen om gebeurtenissen en reacties daarop in het heden te begrijpen. Je moet kennis hebben om kritisch te kunnen denken. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
 
Wat volgens mij ook super belangrijk is, is dat jongeren een ethisch kompas ontwikkelen en leren onderscheiden wat voor hen echt van belang is. Jongeren hebben tegenwoordig ontzettend veel keuzemogelijkheden. Dat is denk ik niet altijd een cadeau en kan ook veel druk zetten op jongeren (op volwassenen ook trouwens). Inzicht hebben op wat voor jou echt van belang is en keuzes kunnen maken in het verlengde daarvan, wordt daarom volgens mij des te belangrijker.
 
 
Om af te sluiten, heeft u nog een rechtstreekse boodschap voor onze leerlingen om 2022 mooi in te zetten?
 
Het is een heel gekke start van een nieuw jaar. Een nieuw jaar is meestal een moment om een frisse start te nemen, nieuwe en soms ook grootse plannen te maken, maar dat wordt weer een beetje doorkruist door de zoveelste coronagolf. Mijn boodschap aan de leerlingen is daarom: zelfs al is het soms moeilijk, omdat er weer iets geannuleerd wordt of niet kan, kijk naar de dingen die wél nog kunnen. Dat zijn er best veel. En dat maakt je echt gelukkiger. Dat zeg ik niet alleen. Dat is zelfs bewezen door onderzoek. Geen fake news, beloofd!
       
 
Ongetwijfeld vernam u in de media de aankondiging van het relanceplan door minister Ben Weyts om te investeren in een grote “digisprong” voor alle scholen, leerlingen en leerkrachten.
 
Het afstandsonderwijs tijdens de coronaperiode maakte het belang van de digitalisering duidelijk en bracht tegelijk ook een aantal lacunes aan het licht op vlak van bijvoorbeeld ICT-vaardigheden. Daarom ondersteunt de overheid alle scholen om versneld de digitalisering verder vorm te geven. Een stap hiertoe is het faciliteren van een toestel voor elke leerling.
 
Deze digisprong zal binnen onze school worden geïntroduceerd in verschillende fases. Dit schooljaar 21-22 voorzien wij een Chromebook voor elke leerling in het eerste en derde jaar. De leerlingen nemen het toestel, net als schoolboeken, mee van school naar huis en omgekeerd. Het toestel is dus ook voor thuis bedoeld als ondersteuning bij het schoolwerk.
 
Tijdens het schooljaar 22-23 voorzien wij een toestel voor alle andere jaren. Voor de hogere jaren zal een laptop voorzien worden.
 
In onze visie blijft de digitalisering een middel, geen doel op zich. We wensen de digitalisering in te zetten om de leerprocessen voor alle leerlingen nog meer te versterken o.a. door meer mogelijkheden tot differentiatie met kansen tot remediëring en uitdaging. Tegelijk draagt deze digisprong sterk bij tot het ontwikkelen van de ICT-competenties van de leerlingen, nodig in een technologische maatschappij.
 
De bijhorende beelden tonen hoe de Chromebooks worden ingezet binnen diverse vakken en lesstrategieën: het opzoeken van informatie, het analyseren van teksten en filmfragmenten, architectuurplannen ontwerpen, oefeningen maken, leren omgaan met softwareprogramma’s, etc.

Op 28 en 29 oktober brachten, naar jaarlijkse gewoonte, de vierdejaars ASO en KSO een bezoek aan de Westhoek. De route leidde langs de voornaamste WOI-bezienswaardigheden zoals Tyne Cot Cemetery, de Dodengang in Diksmuide en het Duits militair kerkhof waar zich het Treurende echtpaar van Käthe Kollwitz bevindt. De vele verhalen van de mensen die de gruwel van de oorlog meemaakten en de eindeloze graven, maakten ons stil. Het is belangrijk dat iedereen, en zeker jongeren, deze recente geschiedenis blijven herdenken.
 
      
 
Het eindpunt van onze ontroerende reis was de Menenpoort te Ieper, waar de honderden namen van de gevallenen ons nogmaals herinnerden aan de talloze soldaten die hun leven lieten tijdens deze historische gebeurtenis. They shall not grow old!
 
 
 
 
 

Op donderdag 18 november bracht het 5de en 6de jaar Architecturale en Binnenhuiskunst een bezoek aan Gent. Deze stad heeft namelijk veel te bieden op vlak van architectuur en design.
 
In de voormiddag stond een bezoek aan de Kunsthal en het Designmuseum op het programma. De Kunsthal is een ruimte voor hedendaagse kunst waarbinnen jonge kunstenaars een platform krijgen om hun werk tentoon te stellen. In het Designmuseum kregen we dan weer een expo te zien rond het werk van designduo Fien Muller en Hannes van Severen. De leerlingen beaamden dat dit een ware inspiratiebron zou zijn voor hun eigen architecturale ontwerpen!
 
              
 
In de namiddag leerden we de stad beter kennen door een wandeling te maken langs de architecturale parels van Gent: de Markthal, de Sint-Baafskathedraal, de Krook, het Wintercircus en de oude bibliotheek.
Conclusie: Gent is een bruisende en diverse stad waar je in elke straat wel iets nieuws kunt ontdekken.
 
 
 
 

Van 22 tot 26 november organiseerden we dit jaar weer de ‘Week of Waste’, een periode waarin men extra veel aandacht probeert te geven aan de afvalproblematiek waar de moderne mens mee te kampen heeft. Ook het Maris Stella Instituut, in samenwerking met Ecover, nam opnieuw deel door - als vaste waarde - de wegberm zwerfvuilvrij te maken.

     

Week of Waste
Al enkele jaren wordt er de zogenaamde European Week of Waste Reduction (of EWWR  in het kort) georganiseerd. Dit doet men om zoveel mogelijk mensen bewust te maken van onze afvalberg en hen aan te zetten tot de vermindering ervan via o.a. het hergebruiken van materialen en recyclage. Hiervoor is men ook afhankelijk van groepen mensen die hun beste beentje willen voorzetten en gedurende deze week afvalreductie extra beogen. Zo draagt het Maris Stella Instituut al enkele jaren haar steentje bij: samen met Ecover ruimen leerlingen van het vierde jaar de wegberm op. Ze verzamelen het zwerfvuil en sorteren dat in vuilniszakken, welke de gemeentediensten vervolgens ophalen. Elk jaar weten ze zo (jammer genoeg) meer dan 100 kg zwerfvuil te verzamelen.
 
     
 
Actuele actie
Ook dit jaar stond iedereen paraat. Gewapend met prikkers en handschoenen trotseerden de dapperen weer en wind. Met man en macht verwijderden ze massaal zwerfvuil van de wegberm. Dit jaar verzamelden ze 64 kg, 12 kilo minder dan in 2019. Dit is positief! Op deze basis kunnen we verder werken. Ook volgend jaar zijn we zeker weer van de partij.
 
 
 
Terugblik op de toekomst
Deze zwerfvuilopruimactie is ondertussen reeds een vaste waarde geworden: al sinds 2012 engageren de leerlingen zich en in 9 jaar hebben ze bijna 700 kilo zwerfvuil uit de wegberm verwijderd. We proberen hen zo bewust te maken van het feit dat afval een niet te onderschatten probleem is, maar ook dat je zelf eenvoudig actie kan ondernemen. Dat jongeren niet begaan zouden zijn met het milieu is bij deze zeker ontkracht.
 

Op vrijdag 12 november bracht het 6de jaar Vrije Beeldende kunst een bezoek aan het Middelheimpark in Antwerpen. De beroemde collectie beeldhouwwerken, constructies en installaties uit de 19de, 20ste en 21ste eeuw blijft een grote inspiratiebron voor onze leerlingen. Daarom trekt Mr. Van Mieghem jaarlijks met zijn artistiekelingen naar dit bedevaartsoord van de kunst. Rik Wouters, Auguste Rodin, Erwin Wurm en Ai Weiwei zijn maar enkele van de grote namen die ze mochten aanschouwen. Een magisch park waar je in kunt blijven ronddwalen.

          

 

 

 

               

Het is weer zover! Naar jaarlijkse gewoonte zijn we na de herfstvakantie van start gegaan met onze fluo-spottersactie. In deze donkere periode is het heel belangrijk dat de leerlingen zich veilig en zichtbaar opstellen in het verkeer. Twee leden van de Raad van de Eerste graad wachtten de leerlingen aan de schoolpoort op. Iedereen die een fluovest- of boekentashoes droeg, kreeg een bonnetje en maakte zo kans op een leuke prijs. Op FLUO-dag (19 november) konden 10 leerlingen hun prijs in ontvangst nemen. Ook werden er leuke prijzen uitgereikt aan de drie leerlingen met de tofste fluo-outfit.

     

 

     

Op 25 oktober bezochten de zesdejaars Humane wetenschappen de expo "Rainbow woman" in de Warande te Turnhout. Deze tentoonstelling stond in het teken van het thema kunst binnen het vak cultuurwetenschappen en belicht het werk van de Nederlandse artieste Femmy Otten. Een professionele gids liet onze leerlingen de vreemde, fantasievolle wereld van deze kunstenares ontdekken. Het was een magische reis vol kwetsbaarheid en een ingetogen zoektocht naar geluk.

 

 
 
     
 
Op dinsdag 23 november en donderdag 25 november verzorgden 2 mensen van de organisatie "Feestvarken" enkele workshops en een uiteenzetting over kinderarmoede voor de tweede en derde graad.
Feestvarken is een onafhankelijke vzw die zich inzet om kinderen in armoede een fijne verjaardag te bezorgen door verjaardagspakketten te leveren aan hulpbehoevende kinderen van elk ras, nationaliteit en afkomst.
Daarnaast vinden ze het noodzakelijk om jong en oud te sensibiliseren omtrent kinderarmoede. Dit doen ze door educatieve pakketten en teambuilding uit te werken voor scholen, bedrijven en particulieren. Onze leerlingen vonden het één voor één een leerrijke ervaring die nog lang bleef nazinderen.
 

Maris Stella verliest haar oud-leerlingen niet uit het oog. We volgen op de voet welke wegen onze ex-studenten inslaan en waarheen het leven hen leidt. Daarom richtten we de ‘Wall of fame’ op, een groeiende verzameling interviews met afgestudeerden die hun talenten op een interessante wijze hebben ontwikkeld.  We spraken met SOFIE VAN ACKERBROECK.

 

1.Dag Sofie. U studeerde reeds enige tijd geleden af aan het Maris Stella instituut. Wanneer was dit en binnen welke richting?
 
Ik studeerde in 2007 af binnen de richting Wetenschappen-Wiskunde (8u).  Ik herinner me nog dat voor de start in de middelbare school de toenmalige directeur me bij het kennismakingsgesprek lange tijd heeft willen overtuigen om een Latijnse richting te volgen (gebaseerd op de voorafgaande CLB-testen).  Ik ben nog steeds verbaasd door de standvastigheid van mijn 12-jarige zelf dat ik desondanks resoluut koos voor de richting Moderne om nadien Wetenschappen-Wiskunde te doen.  Mijn ouders gaven me hierin volledige vrijheid.  Deze keuze kwam volledig van mezelf.  Het bleek de perfecte richting voor mijn latere studiekeuze.
 
 
2.Hoe kijkt u terug op uw schoolcarrière binnen Maris Stella? Welke vakken/ervaringen vond u interessant?
 
De beste herinneringen heb ik aan de vakken wiskunde en godsdienst in de latere jaren van het middelbaar.  M. Gyssels en m. Verhees, onze twee wiskundeleerkrachten waren gouden exemplaren.  Fantastische leerkrachten die hun vak gepassioneerd brachten, engelengeduld hadden (met onze soms ‘beruchte’ klas) maar ook leerkrachten waarvan ik het gevoel had dat zij zich volledig tot op onze golflengte konden verplaatsen en met ons omgingen als de jongvolwassenen die we toen werden.  Zo ook m. Kint, onze godsdienstleerkracht.  Hij leerde ons kritisch nadenken over maatschappijgevoelige thema’s en slaagde er fantastisch in om die wetenschappelijke klas telkens enorm te engageren.
De levensfase op de middelbare school is een cruciale tijd van volwassen worden en jezelf ontdekken.  Dit vond ik soms toch ook moeilijk in het wat strikte regime dat Maris Stella toen soms wel was maar over het algemeen heb ik er heel mooie tijden beleefd.
 
 
3.Welke studie heeft u aangevat na uw afstuderen en waarom?
 
Ik ben geneeskunde gaan studeren maar kan vreemd genoeg niet precies zeggen waarom.  Ik was wetenschappelijk georiënteerd en de werking van het menselijke lichaam fascineerde me.  Ik denk dat ik de richting meer heb gekozen uit interesse in de opleiding dan wel voor de latere carrière als arts.  Nu terugkijkend vind ik 18 jaar enorm jong om zo’n beslissing te moeten maken.  Ik ken maar weinig mensen die op hun 18 jaar al volledig wisten wat ze wilden doen in hun leven.
Na mijn studie geneeskunde heb ik me verder gespecialiseerd tot anesthesist en arts in de intensieve zorgen.
 
 
4.Heeft u het gevoel dat Maris Stella u goed heeft voorbereid op uw hogere studies?
 
Ja, ik bleek hiervoor de perfecte studierichting te hebben gekozen.  Geneeskunde sloot perfect aan bij mijn opleiding Wetenschappen-Wiskunde.  Ook hier wil ik nog extra dankbaarheid uiten aan dezelfde wiskundeleerkrachten die mij (samen met enkele andere klasgenoten) extra hebben voorbereid op het ingangsexamen geneeskunde o.a. door de keuze van ons eindwerk.  Ik had ook het gevoel dat er in Maris Stella al een start was gegeven voor de verwerking van grotere hoeveelheden leerstof die je aan de universiteit moet kunnen verwerken.  Ik herinner mij onze geschiedenisleerkracht die niet meer braaf wou wachten tot iedereen alles piekfijn had genoteerd met de opmerking “dat zullen ze volgend jaar ook niet meer doen hoor”.  Ze had gelijk.  Maar het is sowieso even schrikken als je de dikke universiteitscursussen ontvangt en de snelheid waarmee men aan unief de leerstof erdoor jaagt.
 
 
5.U bent arts en u werkt voor Artsen zonder Grenzen. Kunt u misschien wat meer uitleg geven over uw job?
 
Artsen Zonder Grenzen is een NGO die de gezondheidszorg ondersteunt op plekken waar deze ontoereikend is.  Wat ik mooi vind aan de werking van AZG is dat het uitgangsprincipe altijd is dat de projecten uiteindelijk volledig door de lokale artsen en lokale werknemers zullen worden overgenomen.  Als expat ga ik naar daar in een ondersteunende en opleidende functie.  Ik ga met andere woorden niet ter plekke de Westerse held uithangen maar werk mee aan gezondheidsprojecten die zullen worden overgedragen aan de lokale bevolking.  Ik ga als arts-specialist een team van lokale artsen ondersteunen en mee opleiden in anesthesie en intensieve en acute geneeskunde.
 
 
6.U werkt vaak in conflictgebieden. U verbleef enige tijd in Afghanistan en u vertrekt binnenkort naar Jemen. Kiest u bewust voor zo’n locaties en voelt u zich soms onveilig tijdens dergelijke missies?
 
In principe ga ik naar de plekken waar ze me het meeste nodig hebben.  Deze missies zijn me voorgesteld op basis van mijn specialisme, mijn ervaring en de nood ter plekke.  Ik heb zelf wel wat inspraak maar heb tot hiertoe steeds de missies geaccepteerd die me zijn voorgesteld door AZG.
Ik heb me nooit onveilig gevoeld.  Hiervoor moet je de werking van AZG ook wat kennen.  De kernprincipes van AZG zijn neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid samen met een no-weapen-policy in het ziekenhuis.  Een missie wordt pas opgestart als er een akkoord is met alle strijdende partijen van een conflict dat we iedereen behandelen en dat deze principes worden gehandhaafd.  Verder zijn er heel wat maatregelen om de veiligheid van AZG-personeel zoveel mogelijk te vrijwaren.  Een deel van werken op het terrein is ook beseffen dat 100% veiligheid niet gegarandeerd kan worden maar dat is ook het geval elke keer dat je in België de baan op gaat…
 
 
7.Ik kan mij voorstellen dat u vaak in contact komt met de minder rooskleurige kant van het leven zoals armoede en geweld. Welk soort persoonlijkheid moet je bezitten om te werken voor Artsen zonder Grenzen?
 
Je moet flexibel kunnen zijn.  Dat is absoluut vereiste nummer 1.  Je moet je kunnen aanpassen aan een andere cultuur, andere gewoontes, andere (en soms wisselende) werk- en leefomstandigheden.  Anderzijds zijn dit ook de zaken die ik als het meest verrijkend heb ervaren tijdens mijn missies.  
Verder zijn goede communicatievaardigheden en een goede portie relativeringsvermogen enorm belangrijk.  Op missie met AZG maar ook algemeen in het leven vind ik.  Mijn vader heeft me al van jongs af aan moeten leren dat ik niet het leed van de wereld op mijn schouders mag dragen.  Dat heeft geen zin.  Ik leef nu bij het principe dat ik gewoon mijn steentje probeer bij te dragen om te helpen.
 
 
8.Ik vind dat u de juiste persoon bent om, voor onze leerlingen, het belang van onderwijs te onderstrepen. Wilt u daar iets over kwijt?
 
Het is pas op mijn eerste missie in Afghanistan dat ik ten volle ben beginnen waarderen wat voor privilege gratis en kwaliteitsvol onderwijs is.  Het is moeilijk om dit onder woorden te brengen omdat ook ikzelf groot ben geworden met onderwijs als absolute vanzelfsprekendheid.  Het enorme geluk dat wij hebben gehad om op de juiste plek in de wereld geboren te worden is iets waar we elke dag “onze pollekes voor mogen kussen”.  Het is niet enkel kunnen lezen, schrijven en rekenen.  Het is kritisch leren nadenken, wegwijs zijn gemaakt in de wereld, objectiviteit leren onderscheiden van subjectiviteit, jezelf in vraag leren stellen…  We kunnen quasi gratis verder studeren (wat zelfs in Europa bijna een unicum is) en ons onderwijs hoort bij het meest kwaliteitsvolle onderwijs ter wereld.
We worden in België groot met zoveel kansen om ons te ontwikkelen en te ontplooien dat het bijna onmogelijk te vatten is hoe verdragend de gevolgen zijn als toegang tot onderwijs wordt ontzegd.
9.Welke boodschap zou u willen geven aan onze huidige zesdejaars die aan de vooravond staan van hun leven na Maris Stella?
Nu is het aan jezelf.  Je levenspad tot en met de middelbare school is over het algemeen vrij uitgestippeld.  Nu is het aan jezelf om je pad verder uit te stippelen.  Je bent volwassen en gaat nu meer en meer op je eigen benen staan.  Dat is spannend maar daarin liggen ook enorme mogelijkheden.  Zie en grijp kansen die je worden aangeboden maar durf ook van het gebaande pad afwijken en zelf kansen creëren.  Ik leef met het motto: een ‘nee’ heb je en een ‘ja’ kan je krijgen.  Mensen hebben over het algemeen spijt van zaken die ze niet gedaan hebben en niet van zaken die ze wel gedaan hebben.  Als ik mensen over een verloren droom hoor zeggen “dat heb ik altijd willen doen” dan vind ik het vooral spijtig dat ze het dan niet gedaan hebben.  Waar een wil is, is (mits wat doorzettingsvermogen) meestal wel een weg.  Durf dus vooral groot genoeg te dromen en wees lief voor jezelf en elkaar.
 
 
Het secundair onderwijs in Vlaanderen scoort internationaal uitstekend. Toch wijzen onderzoeken en ervaringen op belangrijke verbeterpunten. Om elke leerling het beste onderwijs te bieden op maat van zijn talenten, interesses en mogelijkheden, wordt het secundair onderwijs hertekend. In het verleden werd de eerste graad reeds hervormd. Dit jaar is het derde middelbaar aan de beurt!
 
De huidige eindtermen in het secundair onderwijs dateren van midden jaren 90 en zijn dus al meer dan 20 jaar oud. Er was dus nood aan om ze moderner en actueler te maken. Voor specifieke vakken houdt dat in dat de eindtermen onder meer worden aangepast aan nieuwe kennis of toepassingen. De nieuwe eindtermen moeten bepaalde doorstroomrichtingen ook beter laten aansluiten op hogere opleidingen.
 
In de nieuwe eindtermen is er onder andere meer aandacht voor wetenschappen, techniek en wiskunde (vaak aangeduid met het begrip STEM). Theorie en bewijsvoering worden belangrijker binnen het vak wiskunde. De nieuwe eindtermen leggen de lat ook wat hoger bij de vreemde talen, met als doel vooral een stevigere basiskennis van de grammatica en woordenschat. Bij het vak geschiedenis proberen de nieuwe eindtermen dan weer een aantal knelpunten weg te werken door bijkomende accenten te leggen. Zo moeten er per graad niet alleen historische periodes, maar ook een aantal ‘historische sleutelbegrippen’ behandeld worden die je nodig hebt om een samenleving in het verleden te begrijpen.
 
Het Vlaams Parlement stelde eveneens 16 sleutelcompetenties op die moeten worden nagestreefd zoals digitale competentie en mediawijsheid, duurzaamheid, historisch bewustzijn en burgerschap.
 
Vorig jaar heeft een team van leerkrachten, ondersteunend personeel en leden van de directie op Maris Stella zich wekelijks ingezet om de hervorming van het onderwijs zo efficiënt mogelijk door te voeren op maat van de leerling en de hedendaagse onderwijsstandaarden. Hier plukken we dit schooljaar de eerste vruchten van! Hieronder krijgt u enkele voorbeelden van hoe deze modernisering plaatsvindt binnen het derde middelbaar (nieuwe vakken, vernieuwde aanpak, bredere focus …) . Ook waren we benieuwd naar hoe onze leerlingen deze vernieuwde leerplannen ervaren. Uiteindelijk staat deze onderwijshervorming nog steeds in het teken van de jongere! We voegden enkele eerste reacties bij…
 
De komende jaren trekken we deze modernisering door naar het vierde, vijfde en zesde middelbaar, om zo kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling te blijven garanderen.
 
 
 
 
                STEM
 
Tijdens de lessen STEM-projecten wordt gefocust op computervaardigheden en probleemoplossend denken binnen de wetenschappen. We begonnen dit schooljaar met een project van de UGent rond fietsveiligheid. De leerlingen brachten hun fietsroute naar school in kaart en beoordeelden deze op basis van veiligheid. Nadien werden al deze gegevens gebundeld in één gecentraliseerde kaart die de leerlingen uitgebreid analyseerden. Tot slot volgde een presentatie waar de leerlingen gevaarlijke punten aankaartten en zelf een oplossing moesten voorstellen.
 
In een tweede deel van de lessenreeks gaan we aan de slag met Arduino. De leerlingen krijgen een basiscursus programmeren en bouwen hun eerste schakelingen. Deze basiskennis zetten ze tot slot om in verschillende toepassingen binnen de robotica. Denk hierbij aan een generator voor morsecode, een automatische ventilatie en het programmeren van afstandssensoren!
 
               
                MENS EN SAMENLEVING
 
Het vak Mens en Samenleving wordt reeds aangeboden in de eerste graad maar is vanaf dit schooljaar een nieuw vak binnen het derde jaar. De focus ligt hier vooral op de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de jongere. We startten met het economische gedeelte: het gezins- en jongerenbudget.
 
'We zijn blij om meer achtergrond te krijgen op economisch vlak. Zo zijn we beter voorbereid bij het beheren van ons budget, het afsluiten van een lening, onze spaardoelstellingen... Over het algemeen vinden we het handig voor de toekomst.'
 
                KUNSTBESCHOUWING
 
De richting Humane wetenschappen verandert drastisch door de nieuwe eindtermen. De vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen worden vervangen door filosofie, kunstbeschouwing, psychologie en sociologie.
In kunstbeschouwing werk ik als leerkracht tweeledig: historische kunstperiodes worden afgewisseld met concrete thema’s die op dat moment eveneens binnen de andere humane vakken worden behandeld. Zo krijgen de leerlingen een chronologisch overzicht van de kunstgeschiedenis, maar behandelen we eveneens actuele vragen over de mens binnen de samenleving. Zo bestuderen we momenteel de kunst uit het Oude Egypte, maar zullen we binnenkort eveneens praten over de visie op ‘ons lichaam’ binnen de kunst.
 
‘Ik vind het vak kunstbeschouwing heel interessant, vooral de kunst uit het oude Egypte. Alles wordt heel duidelijk uitgelegd. Ik hoop nog veel bij te leren over de deze periode, maar ook over de andere kunststijlen.’
 
 
               FILOSOFIE
 
Tijdens de lessen filosofie gaan we aan de slag met vragen waar er niet onmiddellijk een eenduidig wetenschappelijk antwoord op is. We hebben het tijdens de les al gehad over de relatie tussen vuur en de mens. Is die vooral positief (verlichting, verwarming, …) of negatief (bosbranden, verbranding van fossiele brandstoffen)?
 
We leren technieken aan om in gesprekken iets dichter tot het antwoord te komen of toch zeker geen foute antwoorden aan te nemen. Antwoorden van filosofen uit het heden en het verleden helpen ons daarbij.
 
‘We krijgen dus punten als we twijfelen aan wat u zegt, meneer?’
 
‘Ik heb al enkele keren aan de grot van Plato gedacht als iemand beweert de waarheid te spreken.'
 
 
               ARTISTIEKE VORMING
 
Artistieke vorming gaat over kunst leren waarderen en kaderen. Kunst beleven en leren verbeelden. Met een open blik (= beschouwen) kijken we tijdens de lessen eerst naar kunst in de breedste zin van het woord. Daarna gaan we zelf aan de slag en creëren we kunst om er daarna samen over te reflecteren.
 
Fotografie, schilderkunst, dans, digitaal ontwerpen, een nieuwe beeldende techniek,… het kan allemaal aan bod komen tijdens de lessen. Vaak zijn de opdrachten ‘open’ zodat de leerling zijn of haar eigenheid en identiteit erin kwijt kan.
 
'Ik vind het positief dat we verschillende mogelijkheden krijgen binnen opdrachten. Het is niet altijd één vaste opdracht.'
 
'Werken met fotografie en foto's leren bewerken was interessant en eens iets anders dan tekenen.'
 
 
              COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
 
Binnen communicatiewetenschappen is het de bedoeling om leerlingen een inzicht te laten krijgen in de gemediatiseerde massacommunicatie (sociale media), mediabeeldvorming (kracht van beelden, beeldkader, camerastandpunt, scherptediepte,...) en hierbij een kritische houding te ontwikkelen bij de invloed van de media (filterbubbel, algoritmes, fake news ...)
 
Leerlingen gaan ook zelf aan de slag met gebruik van audiovisuele media, pc en software voor het uitwerken van succesvolle en effectieve communicatie bijv. online story op Instagram, Facebook, Snapchat..
 
‘Het vak communicatiewetenschappen is super leerrijk! Leren over de verschillende soorten communicatie en hoe filosofen er tegenover staan. In het begin dacht ik dat dit niet zo leuk zou zijn, maar ik ben positief verrast! Het is veel van buiten leren, maar dat is bij elk vak wel zo. Het loont wel want, eens dat je er mee weg bent, is het super simpel en leerrijk. Spijtig dat we er maar 1 uurtje van hebben.’
 
‘Ik vind communicatiewetenschappen een speciaal vak. Je komt meer te weten over het Nederlands en ook over hoe je het beste kan communiceren en welke vormen van communicatie er zijn. Doorheen de lessen krijg je ook een beter idee van wat communicatie eigenlijk is. Ik vind het een leuk vak.’
 
 
              SOCIOLOGIE/PSYCHOLOGIE
 
Het nieuwe vak sociologie en psychologie vervangt de vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen. Dit vak wordt 3 lesuren in de week gegeven. Van de totale lestijd wordt 1/3 besteed aan sociologie en 2/3 aan psychologie. In het derde jaar staat het luik psychologie in het teken van de ontwikkeling van de mens. Vanuit sociologie behandelen we cultuur en de samenleving.
 
‘Het is een zeer leuk en interessant vak. We onderzoeken het sociologische en psychologische aspect binnen een bepaald thema (bv. kinderarbeid, positie van het kind,...). Zo moeten we ook zelfstandig of in groep enkele onderzoekjes uitvoeren. De thema's zijn heel actueel en ze leren ons het leven beter begrijpen.’
 
‘Ik vind het vak sociologie en psychologie heel leuk en heel leerrijk, ik krijg meer inzicht in wat de mens doet en denkt. De lessen zijn ook heel leuk want er wordt veel geargumenteerd.’