Met typische bescheidenheid vroeg Frans Gyssels zich in de aanloop naar dit gesprek af of hij wel terecht werd gecatalogeerd bij de ‘monumenten’ op Maris Stella. Iedereen die deze leerkracht kent, weet dat hij deze omschrijving zonder meer verdient. Hij heeft trouwens absoluut geen nood aan ‘monumentenzorg’, want hij gaat met een jeugdige uitstraling door het leven, die heel wat leerlingen verbaasd doet opkijken wanneer ze horen dat hij ‘met pensioen’ gaat. We spraken met de binnenkort gevierde leerkracht – dat zal corona niet beletten - in de virtualiteit, een plek waar hij zich gezien zijn ICT-bekwaamheden, ook al thuis voelt.
 
Hoe is het op schoolgebied bij jouzelf indertijd allemaal begonnen?
 
Mag ik beginnen met te zeggen dat ik dat best interessant vind om even terug te blikken op mijn schoolloopbaan en te begrijpen waar bepaalde keuzes vandaan zijn gekomen zijn en hoe ze me als mens hebben gevormd. Ik ben onder de spreekwoordelijke kerktoren in Boom geboren. Die kerktoren hoorde bij het Capucijnenklooster en dat heeft alvast een fascinatie voor mijn naamgenoot Franciscus bij mij wakker gemaakt. Franciscus was een man van God die naar de kern van het geloof ging. Die niet de kerk als systeem belangrijk vond maar wel de pure beleving van het geloof in alle eenvoud. God zou wel voor hem zorgen.
We - ik spreek gemakkelijk over we omdat ik een identieke tweelingbroer heb – waren ook sterk betrokken in de jeugdbeweging onder die kerktoren. En om dan eigenlijk te antwoorden op je vraag: We gingen naar het Atheneum in Boom, een open minded niet katholieke school die toen al gemengd was. Je weet wel: meisjes en jongens in één klas. 
 
Brave leerling?
 
Jazeker, wij waren brave leerlingen... maar af en toe wat minder. Zo herinner ik me een voorval in het vierdejaar, toen ‘de derdes’ want er werd toen begonnen in de zesdes en dan afgeteld. Onze leerkracht wiskunde met de toepasselijke naam ‘Plusnin’ hadden we buitengesloten omdat hij een toets ging geven.
Toeval of niet, maar het was wel deze leerkracht die door het vertellen van verhalen over wiskunde me de passie voor wiskunde heeft doorgegeven. Twee jaar geleden zag ik hem voor het eerst terug op de prijsuitreiking van een wiskundeolympiade. Ik heb hem daar dan ook uitdrukkelijk bedankt.
 
Hoe ging het verder?
 
Ik begon mijn studies voor wiskunde aan de unief samen met mijn tweelingbroer die wel de moed had gehad om in de fameuze zomer van 1976 (hittegolf) mee te doen aan het ingangsxamen voor burgerlijk ingenieur. De kans is groot dat ik ook ingenieur was geworden, als het toen niet zo warm was geweest. Of: hoe het weer mijn leven mee bepaald heeft…
 
Vlijtige student?
 
Denk het wel. Aan de unief heb ik kunnen genieten van het studentenleven, maar wel pas vanaf het tweede jaar nadat ik me in mijn eerste jaar letterlijk kapot geblokt had. ‘k Was actief in het presidium en kon genieten van de ongelooflijke vrijheid en zorgeloosheid van een student
Wat me vooral aantrok in de wiskunde was het pure karakter ervan. Zo maakte ik mijn thesis over de onvolledigheid van de wiskunde, die in het begin van de vorige eeuw het wiskundesysteem op zijn grondslagen had doen daveren. Men kon namelijk aantonen dat binnen elk wiskundig systeem op basis van  axioma’s, definities er beweringen kunnen geformuleerd worden waarvan men nooit kan bewijzen of ze waar of onwaar zijn. Het gaat zelfs zover dat er beweringen in de wiskunde zijn waar het geen verschil uit maakt of ze nu waar of onwaar zijn. Boeiend maar tegelijkertijd erg confronterend voor de wiskunde. De geschiedenis van de wiskunde heeft me ook altijd ontzettend aangetrokken: hoe komt het dat bepaalde begrippen ontstaan zijn, waarom kunnen mensen tellen,  hoe is statistiek ontstaan en welke impact heeft dat nu op ons? 
Het vermelden waard misschien: in die tijd, eind jaren ’70, gebruikten we nog geen rekentoestel en van computers op school was er al helemaal geen sprake. Een rekenlat en boekjes met tabellen waren onze hulpmiddelen. Aan de unief kregen we jaarlijks precies één minuut computerrekentijd ter beschikking en bovendien moesten alle berekeningen nog geprogrammeerd worden.
 
En als afgestudeerde meteen het onderwijs in?
 
Nee, eerst nog een jaartje legerdienst. Die legerdienst was een oefening in samenleven met mensen uit alle lagen van de bevolking en je leerde er  dat een diploma niet bepaalt wie je als mens bent, wel integendeel….
Zo kwam ik in 1982 na omzwervingen in twee andere scholen, een technische school en een jezuïetencollege, op Maris Stella terecht, samen met Trees Seuntjens. 
Ik kreeg het fantastische aanbod om de sterk wiskundige richting (de Wa) op te starten. Een droom voor een beginnend leerkracht. Een warm schooltje waar collega’s voor elkaar door het vuur gingen. Dat moest ook wel want Zuster Luk-Marie wist met vaste hand het beste uit heel haar leerkrachtenkorps te halen.
 
Enkele herinneringen uit die beginperiode?
 
Een aantal dingen die we toen deden, zijn nu nog moeilijk voorstelbaar. Waar is de tijd dat we elk jaar voor de opendeurdag een nummertje moesten ineensteken met de leerlingen? Ik herinner me nog heel goed mijn opdracht voor het eerste jaar waar ik samen met de leerlingen een diavoorstelling moest samenstellen over de betekenis van wiskunde in het dagelijkse leven. Hadden we toen maar internet  gehad! We moesten ook alle dia’s zelf trekken. De inspecteur kwam bovendien ook langs om te kijken! Uren heb ik gezweet op de voorbereiding van die voorstelling!
Nadien volgden voorstellingen over de relatie wiskunde- kunst, probleemoplossend denken, belangrijke wiskundigen waarbij collega Michel Verhees als Pythagoras rond liep.
Met plezier en dankbaarheid denk ik terug aan de vele klasweekends met de leerlingen, de bezoekjes aan de blokhut, de grote massaevenementen als De kleine Johannes, Alice in wonderland, het 100 jarig bestaan van MS waarbij iedereen betrokken was ,  de bezinningsdagen, de werkgroep milieu, de autovrije dagen waar we het nieuws mee haalden (ATV), de jaarlijkse projecten in het vierde jaar met telkens een ander thema, de Europese projecten (Comenius) de Parijsreis, Rafiki, de uitstappen met de vakwerkgroep, de vele succesvolle onvergetelijke wiskundewedstrijden samen met Mr Verhees die we meestal combineerden met overnachtingen, die vaak memorabel waren. Het zijn al die extra’s die zorgden voor de kers op de taart.
 
 
Dingen die echt typisch waren voor Maris Stella?
 
Telkens opnieuw was ik verrast door de leerlingen die elke les netjes gingen rechtstaan en in koor goeiedag zegden. 
Elke morgen begon met een gebed: een uitgelezen moment om wat voor te lezen uit het leven van mijn favoriete heilige. 
Er werd veel van je verwacht op Maris Stella.
 
Hoe zou je de leerkracht Frans Gyssels zelf omschrijven?
 
Ik was vast en zeker niet de autoritaire leerkracht. Wanneer ik hoor dat leerlingen me typeren als iemand met veel geduld, ben ik daar wel tevreden mee. ‘k Vind het ook een eigenschap die je als leerkracht zeker moet hebben. Een handige tip voor beginnende leerkracht is dat je moet proberen om de eerste keer dat je de leerlingen ontmoet al een aantal namen te kennen, liefst allemaal natuurlijk. Zo goed mogelijk proberen te luisteren naar leerlingen is ook een uiting van het respect dat je voor hen hebt.
 
Kreeg je als leerkracht de nodige vrijheid?
 
Meestal wel. Ik hield er in ieder geval van om binnen het lesgebeuren te experimenteren met van alles en nog wat. Niet altijd met evenveel succes, moet ik zeggen. Zo heb ik een tijdje lesgegeven met klassiek muziek op de achtergrond, omdat dit beter zou zijn voor het opnemen van de leerstof. Dat was geen lang leven beschoren….de protesten waren oorverdovend. Leerlingen mochten van mij ook rechtstaand of al wandelend de les volgen omdat dat beter hoort bij bepaalde leerstijlen. 
Vrijdagmiddag begon ik steevast de les met een actief spelletje om de concentratie van de leerlingen wat op te krikken. Het was een momentje voor de leerlingen waar ze naar uit keken. Het zal je niet verwonderen dat ik de volgende jaren vrijdagmiddag geen les meer in mijn lesopdracht kon terugvinden.
 
Kreeg je van de verschillende directeurs die je hebt gekend evenveel speelruimte?
 
Er waren natuurlijk wel verschillen, maar zelf heb ik van alle directeurs altijd de nodige ruimte gekregen. Zuster Luk Marie was zeer aanwezig als directeur, maar gaf mij alle vertrouwen. Ook Gust Mermans en Trees Seuntjens lieten mij doen en steunden mij ook in mijn ICT-aanpak. En met Jef Otten, die ik natuurlijk maar één jaar zal hebben gehad als directeur, ging het al even goed: hij wilde bijvoorbeeld van in het begin heel goed weten waar we in ICT allemaal mee bezig waren. 
 
Hoe ben je in het ICT-gedeelte van je werk gerold?
 
Dat is langzaamaan zo gegroeid. In 1998 moest er voor een Europees Comenius-project internet voorzien worden. Ik herinner me dat we een vol weekend nodig hadden om dit op 5 computers te installeren met een kostprijs van omgerekend ongeveer 1000 euro voor de internetsoftware om de internetlijn te kunnen delen. Nu is zo’n installatie plug and play.
Het aantal computers groeide aanvankelijk bescheiden aan
tot  een heuse computerklas met een 12 tal computers. 
De digitale puntenboeken die collega Guido Verlinden had geïntroduceerd op school - rapporten waren tot dan handgeschreven en elke leerkracht moest zijn eigen totalen berekenen - heb ik verder geautomatiseerd tot we overgestapt zijn op een cloud-oplossing in 2006, het nog bekende School Online. We waren toen bij de eerste scholen die daar mee gestart zijn. In die periode had ik zelf ook een website voor leerkrachten gemaakt, een soort voorlopertje van Smartschool, tot deze website gehackt werd. Het positieve aan die spijtige zaak was dat we dan zijn overgestapt naar de professionele oplossing van Smartschool. Ondertussen was het computerpark op school al sterk gegroeid en waren we servergestuurd gaan werken. Alle klassen werden voorzien van beamer en computer en de rest van het verhaal ken je. 
Lesgeven en ICT : ik vind het voor mezelf een bijzonder geslaagde combinatie. Enerzijds het lesgeven met het contact met de leerlingen wat vaak heel intens is en anderzijds het ICT werk dat heel afwisselend is en waar we op school ontzettend veel waardering van de collega’s en directie mochten ontvangen. Anderzijds is het ook veeleisend omdat de evoluties daar nu eenmaal niet stil staan en er meer en meer nood is aan specialisten. Je komt ook in contact met iedereen op school! Ik ben blij dat de opvolging hier ook heel goed ‘verzekerd’ is.
 
Hoe klinkt het woord ‘pensioen’?
 
Op zich niet zo aantrekkelijk, vind ik. Ik moet hier denken aan iets wat ik de bekende professor Van Bendeghem, nu op emeritaat, hoorde zeggen: het woord ‘pensioen’ heeft toch altijd de connotatie van ‘afgeschreven’, en dat is iets wat een mens die altijd actief is geweest, helemaal niet wil. Maar positief gesteld: natuurlijk ga ik nu meer tijd hebben voor de klassieke dingen die een mens dan zegt: lezen, sporten, op stap gaan, spelen met de kleinkinderen. Daarnaast zal het vrijwilligerswerk als voorzitter van de Gezinsbond Malle wat meer aandacht krijgen. Mijn vrouw Lynda heeft ook een intussen heel lange lijst met klusjes in huis die nu eindelijk moeten gedaan worden. Ik denk dat ik nu misschien ga zeggen: ‘Sorry, maar nu ben ik wel op pensioen, he’. 
 
En helemaal tot slot: Nog wat goede raaad voor de achterblijvers?
 
Geniet zo lang mogelijk van de job die je doet. Op een school als Maris Stella, waar de sfeer goed is, en de omgang met de collega’s ook fantastisch is, heb ik dat alleszins gedaan.