Op een mooie septemberdag vonden we Jef Otten bereid om enkele pertinente vragen
aangaande zijn nieuwe functie, directeur dus, te beantwoorden. 
 
•Hoe komt een goedgemutste leerkracht Frans erbij om directeur te worden?
 
Het was in ieder geval geen vlucht uit de klas. Ik heb heel graag les gegeven, denk zelfs te mogen zeggen: met passie. En ook altijd met aandacht voor de leerlingen. Dat het vak dat ik gaf, Frans, niet meteen het populairste vak is, was in ieder geval voor mij geen hinderpaal. De laatste vijf jaar als leerkracht was ik natuurlijk ook al coördinator. Zo groeide gaandeweg de fascinatie voor hoe je een school kan laten groeien of een bepaalde richting uitsturen. Als coördinator mocht ik ook de bezoeken van de inspectie voorbereiden, heel leerrijk. 
 
•Heb je je op de directeursfunctie kunnen voorbereiden? Op welke manier?
 
Tijdens de laatste maanden van vorig schooljaar, toen het geweten was dat ik dit schooljaar directeur zou worden, was er een nauwe samenwerking met Trees. Tijdens de maanden juli en augustus mocht ik dan weer van nabij kennis maken met de KVO-realiteit en met de scholengemeenschap waar we met Maris Stella deel van uitmaken. De adjunct- en de collega-directeur hebben ook alles gedaan wat ze konden om me zo snel mogelijk vertrouwd te maken met de interne keuken van onze school. Ik ben hen daar ook heel dankbaar voor. Ik volgde ook al de opleiding voor middenkaders aan het CVA (Centrum voor Adragogiek). En in september startte ik daar de opleiding voor schooldirecties, waar we wegwijs worden gemaakt in diverse thema's.Die theoretische ondersteuning is toch wel nuttig.
 
•Hoe voel je zelf de spanning/verhouding aan tussen het organisatorische en het pedagogische aspect van de job?
 
Wat het pedagogische betreft moet ik vooral zorgen voor de samenhang, en dat gaat alleen maar wanneer er voortdurend overleg is met de collega’s. Communicatie is een sleutelwoord. Het organisatorische aspect gaat over een massa bijzonder diverse dingen, die op het eerste zicht vaak ‘details’ kunnen lijken, maar waarvan het belang soms heel groot kan zijn. Wat zeg je bijvoorbeeld op een personeelsvergadering, en wat niet? En welke conclusies worden daar dan soms aan verbonden? Daar heb je niet altijd meteen zicht op. Ook het financiële plaatje moet kloppen. Prioriteiten stellen is een must, wanneer je niet in een chaos wil terecht komen.
 
•Hoe moeilijk was het om het lesgeven achter je te laten?
 
Op dit moment valt dit mee, maar ik ben natuurlijk nog maar enkele weken bezig als directeur. Het zou een beetje raar zijn als ik nu al zou moeten zeggen dat ik het lesgeven mis. Tenslotte heb ik een weloverwogen keuze gemaakt om me kandidaat te stellen voor de directeursfunctie. En het contact met de leerlingen blijft bestaan, weliswaar op een andere manier dan in lesverband, maar wel even concreet. Dat gaat dan over de organisatie van de laatste honderd dagen, een voorstel om een schoolorkest te starten, klimaatbetogingen en andere acties rond het milieu, moeilijk berijdbare fietspaden op weg naar school, enzovoort. Een ding dat ik niet ga missen is het verbeterwerk. Leerlingen laten groeien, dat was mijn opdracht als leerkracht, en dat blijft nu onveranderd. Wanneer leerlingen op het einde van het schooljaar lieten blijken dat ze de gedane inspanning ook erkenden, vond ik dat heel aangenaam.
 
•Wat vind je tot nu toe het moeilijkste aan directeur zijn?
 
Het meest vervelende vind ik dat ik uren en dagen tekort kom. Het is heel lastig wanneer ik aan leerkrachten die me willen spreken moet zeggen dat ik op dat bepaalde moment even geen tijd heb. Aan de andere kant is het ook tof dat je je geen moment verveelt in deze job. En de steun die ik van de andere directeurs in de scholengemeenschap mocht ervaren  deed  deugd. Ze zijn begaan en laten dat merken. 
 
•Wat is voor jou de ideale directeursstijl?
 
Die bestaat volgens mij niet,  omdat de ideale directeur niet bestaat. Hetzelfde geldt voor leerkrachten. Ik denk dat je altijd zo authentiek mogelijk moet zijn en blijven. Je kan jezelf niet forceren in de stijl die je hebt. Als je wel zou doen denk ik dat mensen dat snel doorhebben. Wat ik als leerkracht deed, wil ik behouden als directeur. Aan de ene kant wil ik niet ‘te dicht’ komen, aan de andere kant ook niet te afstandelijk zijn. En consequent zijn. Ik wil me hierin zeker laten bevragen. In dialoog gaan, echt communiceren. En diplomatisch zijn als het nodig is. Alles samen een opdracht die ook wat leertijd vraagt.
 
•Wat heb je gewaardeerd in je voorgangster, mevr. Seuntjens?
 
Voor mij persoonlijk was het, zoals ik daarjuist al even zei, heel fijn om van haar de nodige tips en trics doorgespeeld te krijgen in verband met de nieuwe job. Meer inhoudelijk denk ik dat Trees altijd de kaart van de vernieuwing heeft getrokken. Ze wilde dat we op Maris Stella mee waren. De beamers en de computers in alle klaslokalen, de i-pads, het CLIL-project, co-teaching, de nieuwe studierichting Woordkunst... Ze heeft zich met hart en ziel ingezet voor onze school, en gaf aan leerkrachten ruimte om mee te denken. Voorzag voor hen ook voldoende mogelijkheden om zich bij te scholen. Het participatieve leiderschap dat ze probeerde te realiseren is iets waar ik ook in geloof. 
 
•Wat zijn je prioriteiten?
 
Nu is het voor mij in de eerste plaats zaak om me zo snel mogelijk in te werken in het directeur-zijn op zich. Maar los daarvan is het voor mij op dit moment een belangrijke vraag hoe we de vernieuwing van het secundair onderwijs in onze school verder gaan implementeren. Er moeten een aantal keuzes gemaakt worden op het vlak van de mogelijke keuzevakken in het eerste en het tweede jaar. Hoe kunnen we leerlingen zoveel mogelijk de kans geven om hun talenten en interesses te ontdekken? En we willen zeker behouden wat goed is. Met het oog op de nieuwbouw: voor mij hoeft Maris Stella geen mastodont-school te worden, een lichte groei mag natuurlijk wel.
 
•Mag ik je tot slot nog vriendelijk danken voor deze babbel?
 
Dat mag je zeker, en dat is trouwens ook heel graag gedaan.