GESPREK MET TREES SEUNTJENS
 
In een centrale uitkijkpost die dienstdoet als tijdelijk directeurskantoor hadden we opnieuw een gezellige babbel met mevrouw Seuntjens, net zoals bij haar aantreden als directeur, nu veertien jaar geleden. Het prospectieve, jeugdige enthousiasme van indertijd confronteren met de retrospectieve, wijs geworden bezadigdheid van nu: dat was het opzet, om zo de cirkel rond te maken. Om niet te belanden in melancholisch gemijmer legden we haar, in de haar vertrouwde no nonsense-stijl, een aantal duidelijke vragen voor. 
 
Wat vind je zelf de belangrijkste verwezenlijkingen die je als directeur hebt kunnen doen?
 
Mag ik beginnen met te zeggen dat ik het woordje ‘verwezenlijkingen’ heel erg zou willen relativeren? Vooral omdat het niet gaat om ‘mijn’ verwezenlijkingen. Zoals de vraag geformuleerd is, ligt er te veel focus op mijn persoon. Ik was me er toen ik aan de job van directeur begon sterk van bewust dat ik aangewezen was op vele andere mensen. Om de job te leren, en om hoe dan ook dingen gedaan te krijgen. Mijn adjunct-directeur van toen, Joke Venken speelde daar in de beginperiode een heel grote rol in. Zonder haar zou het toen niet zijn gelukt. Er zijn zoveel dingen waar je als beginnende directeur geen benul van hebt. En natuurlijk zijn er verschillende stijlen waarmee je directeur kan zijn. Ik wilde mensen motiveren, en verantwoordelijkheden delegeren waar mogelijk. De autoritaire directeurstijl was niet de mijne. En om dan te antwoorden op de vraag: Als directeur kan je – dat is eigen aan de job - lijnen uitzetten, en klemtonen leggen. Iets wat ik zelf heel belangrijk vond, was dat er op vlak van didactisch materiaal een basiscomfort zou zijn voor alle leerkrachten. Concreet betekent dit: ruimte en materiaal. Dit is uiteraard een project dat niet af is. Wat het eerste betreft zetten we met de bouw van het nieuwe schoolgebouw weer een belangrijke stap. En wat materiaal aangaat: Ik denk dat je leerkrachten hier goed moet ondersteunen, opdat ze hun energie helemaal zouden kunnen gebruiken voor het eigenlijke lesgebeuren, en niet voor de organisatorische randvoorwaarden. Met basiscomfort bedoel ik: in elke klas een computer en een beamer. En in enkele klassen zelfs smartboards, op vraag van de leerkrachten. Samen met veel medewerkers heb ik mijn aandeel gehad in de overgang naar het digitale tijdperk. Het werk dat Frans Gyssels hier heeft verzet kan niet genoeg worden gewaardeerd. Ook de realisatie van één leraarskamer was iets wat ik belangrijk vond. De betreurde Marcel Schellens speelde hier een belangrijke rol. Op het vlak van onderwijsinnovatie probeerde ik leerkrachten die met nieuwe ideeën kwamen zoveel als mogelijk te steunen. We hebben op school bijvoorbeeld resoluut CLIL een kans gegeven. Nieuwe richtingen zoals Woordkunst-drama en Economie-Wetenschappen hadden we nodig om ons aanbod voldoende groot en aangepast aan de vraag te houden. Wanneer ik zie wat er in de voorbije jaren allemaal is gerealiseerd, dringt het nog sterker tot me door dat ikzelf niets had gekund zonder het directieteam, waar ik deel van uitmaakte, en zonder de vele hardwerkende, gemotiveerde collega’s.
 
Moeilijke vraag waarschijnlijk om daar voor jezelf op te antwoorden: Wat waren je sterktes als leerkracht en als directeur? 
 
Inderdaad niet zo gemakkelijk om dat van jezelf te zeggen, maar ik denk dat ik als directeur mijn enthousiasme voor het werken met mensen heb behouden. Vanuit de overtuiging dat we samen verder kunnen ontwikkelen, groeien. Dat is belangrijk: niet ‘ik’, maar ‘samen’. Toen ik zoveel jaar geleden de uitdaging aanging om directeur te worden, wist ik dat communicatie heel belangrijk was. Wanneer die niet goed verloopt, ontstaat er misschien een misverstand dat zelfs kan ontaarden in een conflict. Van de andere directieteamleden weet ik dat ze op het gebied van tijdig detecteren van mogelijke ergernissen en reageren met aangepaste communicatie  erg sterk zijn. Ook op organisatorisch gebied zijn de andere teamleden top, en kan ik op hen terugvallen.
 
Had je het gevoel dat je de hele specifieke job van directeur voldoende naar eigen opvattingen en overtuigingen kon invullen?
 
Het kan zijn dat ik nu in herhaling val, maar ik mag ook op deze vraag positief antwoorden, omdat ik het gevoel had deel uit te maken van een directieteam. Samenwerken met Rita Mattheussen en Hilde Van Dyck en met hen een participatief leiderschap uitbouwen, was helemaal mijn ding. Meningen aftoetsen, elkaar bevragen en dan bijsturen waar nodig: dit was een meerwaarde voor alle directieteamleden, denk ik. Die feedback was heel belangrijk, bijvoorbeeld wanneer er moeilijke boodschappen moesten worden gegeven, aan ouders, leerkrachten, leerlingen. Niet het leukste deel van directeur zijn, maar wel iets wat je geregeld moet doen. Het is ook zo dat problemen vaak ontstaan wanneer het niet voor iedereen duidelijk is wat de principes zijn die we op Maris Stella willen gerespecteerd zien. Een voorbeeld: we vinden op onze school nog altijd dat schoolwerk prioriteit heeft op vrije tijd of buitenschoolse activiteiten. Het is lastig wanneer bijvoorbeeld ouders op dit terrein of leerkrachten op een ander terrein, daar anders over denken. Een schoolcultuur moet namelijk worden gedragen door alle betrokkenen, en is ook altijd iets kwetsbaars, nooit voor eens en voor altijd verworven.
 
Enkele nog meer persoonlijke vragen:  Wat waren de grote frustraties? 
 
Niet echt een frustratie, maar wel iets wat ik eerlijk moet toegeven: het lesgeven dat ik zoveel jaar had gedaan heb ik als directeur af en toe gemist. Als leerkracht kan je meer in de diepte werken, met leerlingen op een bepaald onderwerp doorgaan. Dat gaf mij als leerkracht veel arbeidsvreugde. Als directeur werk je meer in de breedte, kom je meer met een heleboel andere ‘spelers’ op het onderwijsveld in contact. Wat me gaandeweg meer is beginnen opvallen is hoeveel psychische problemen er zijn bij mensen, ook bij jonge mensen. Er zal in de komende tijd misschien nog meer moeten worden ingezet op een zo goed mogelijke begeleiding. Ik ben wat dit betreft alvast heel grote voorstander van netwerktafelgesprekken, waarin de school gaat samen zitten met andere begeleiders van de leerling. Altijd in het belang van de leerling.
Een heel eigentijds fenomeen dat ik niet altijd aangenaam vond en vind is de meekijkcultuur, en zijn de helicopterouders die hun eigen kijk op onderwijs willen opdringen aan de school. Dat gaat soms ver, met eisen hic et nunc, over de aanpak van het eigen kind. Ik durf nog altijd hopen en verwachten dat ouders hun vertrouwen geven aan de school. Niet omdat wij nooit een fout zouden kunnen maken. Maar wel omdat wij hier in huis heel wat deskundigheid hebben wanneer het gaat om didactiek, en nog belangrijker, wanneer het gaat om pedagogie. Ik begrijp ook dat dwarsliggers nodig zijn om het spoor te kunnen leggen waarop de school zich voortbeweegt. We staan niet stil: reflectie op de dagelijkse schoolpraktijk is noodzakelijk, en natuurlijk hebben de ouders daar ook een stem in, als vertegenwoordigers van de ruimere samenleving van vandaag. 
 
 
 
Om het evenwicht te bewaren, zeker na de vorige vraag: Kan je, liefst met enig lyrisch gevoel, beschrijven waar je net heel veel plezier en deugd aan hebt beleefd? 
 
Mogen werken op Maris Stella is echt een voorrecht. Dat klinkt als een cliché, maar ik heb het zelf zo ervaren, en ik hoor het ook van heel wat mensen om mij heen. De veelheid van uitdagende dingen en interessante mensen maken het moeilijk om er enkele zaken uit te halen. De dynamiek van het hele leerkrachtenteam en van de leerlingen, de ongelooflijke, soms schijnbaar onuitputtelijke bronnen van creativiteit bij leerkrachten én leerlingen, de evolutie naar meer participatie, ook door leerlingen… Hun blijheid en vrolijkheid die aanstekelijk werken. De mooie omgeving, het feit dat het grootste deel van de mensen die op school rondlopen bereid zijn om hard te werken en verantwoordelijkheid willen opnemen. Niet alleen de grote projecten, maar minstens zo belangrijk: de kleine dingen als een gewone ‘goeiemorgen’ van leerlingen of leerkrachten, of een oprechte blijk van meeleven wanneer iemand het moeilijk heeft, de gezellige babbel tussendoor of bij de ochtendkoffie, het contact in het oudercomité met toegewijde ouders… zoveel redenen om blij en dankbaar te zijn om op deze school te mogen werken. 
 
Wat heb je zelf gedurende de vele jaren die je eerst als leerkracht en daarna als directeur op Maris Stella doorbracht geleerd?
 
Ik denk dat ik geleerd heb dat je moet luisteren, en leren luisteren, altijd opnieuw. Mensen kunnen groeien, leren, ontwikkelen om zo sterker in hun schoenen te staan. Maris Stella is een grote schatkamer, waar mensen met heel veel talent rondlopen. Het is – en dat moet zo – een plek waar je duizend en een kansen krijgt om te leren. En wanneer het niet meteen lukt: om een nieuwe kans te krijgen, om te leren. Altijd opnieuw, want leven is leren. Ik heb de school zelf van in het begin ervaren als een goede familie. Bij de gelukkige én de moeilijke momenten mocht ik ervaren dat er altijd collega’s, maar ook leerlingen zijn die daar oog voor hebben. En die zo soms zelfs ‘helen’. Vandaar dat de school een ‘heilige’ plek is. Maar het is ook belangrijk om niet altijd hetzelfde pad te bewandelen, vandaar dat de leerlingen weten dat er een ‘heilig paadje’ is in de tuin waar ze niet over mogen. De schat die we hebben verstopt in de tuin, vlak bij het kruis, en die we in 2020 gaan opgraven is een heel symbolisch gegeven. De echte schat is de kern van de boodschap van de zusters: het graag zien van elkaar, de caritas. Het kruis verwijst naar Christus, die niet anders deed dan ‘graag zien’.
 
Om na de verheven woorden weer even te landen in de dagelijkse realiteit, nog een voorlaatste vraag: Over welke eigenschappen beschikt de ‘ideale directeur’, die natuurlijk niet bestaat?
 
Kort maar krachtig: Een ideale directeur probeert te luisteren en bekwaamt zich in de kunst om mensen en ideeën samen te brengen. Hij probeert te waarderen, te motiveren, te enthousiasmeren. Soms kan hij niet anders dan confronteren, en moet hij knopen doorhakken. Hij moet ook de levenskracht hebben om op te veren en door te gaan wanneer hijzelf op zijn bek gaat – want ook dat kan gebeuren. En heel praktisch: Hij moet de cultuur van de school kennen en verbinden. En strategisch denken. Jezelf wat tijd geven om in de job te groeien, is ook van tel. Je moet directeur worden, je bent het niet van de ene op de andere dag.
 
En dan de allerlaatste, voor de hand liggende vraag: Hoe ga je de massa’s binnenkort vrijkomende tijd vooral besteden?
 
Natuurlijk komt er nu meer tijd voor de klassieke dingen waar iedereen aan denkt bij het woordje ‘pensioen’, zoals: familie, de kleinkinderen, reizen, lezen, sporten, cultuur. Daarnaast speel ik met de gedachte om nog les te geven aan anderstalige nieuwkomers.
 
Heel veel dank voor dit schoolhistorisch gesprek, en voor je jarenlange inzet voor de school.
 
Mijn dank voor iedereen die het mij mogelijk maakte om op deze school directeur te zijn. We zien elkaar zeker nog in de komende tijd in de warme haven, de veilige bubbel die Maris Stella is, een school waar we samen heel trots op mogen zijn.
 
Voor verslag: Koen Kint
 
 
 
          
 
          
 
          
 
Alle foto's zijn van het prachtige afscheid dat de leerlingen voor hun directeur hadden voorbereid: toneel, Seuntjens-quiz en dans (door alle leerlingen, leerkrachten, secretariaat en directie uitgevoerd).
Als afsluiter trakteerde Trees Seuntjens met een heerlijk ambachtelijk ijsje.