Zondag was het eindelijk zover. Na een pen-pal relatie van bijna twee maanden, konden we onze Duitse uitwisselingsstudenten in het echt ontmoeten. De komende week zouden we samen met hen de voedselcultuur in Europa leren kennen.
Meer dan een millennium lang was Latijn dé lingua franca van de westerse wereld, dé taal die je gebruikte om tussen mensen met verschillende moedertalen te communiceren. Wij zaten nu in eenzelfde situatie en als taal gebruikten we het moderne Engels. Toch lieten we ook Latijn een prominente rol spelen. Gewapend met deze overeenkomsten, konden we onze verschillen ontdekken: in dit project dus op vlak van voeding.
 
We hebben onze kennis over de Latijnse voedselcultuur, die we via antieke teksten (o.a. Cena Trimalchionis) en moderne research-middels (o.a. computers) onderzochten, opgefrist. Bovendien hebben we ook zelf Latijnse gerechten klaargemaakt. En het bleek dat, na 2000 jaar, Apicius’ gerechten -na een paar aanpassingen- nog steeds erg in de smaak vallen.
Uiteraard hebben we de Duitsers ook wat van onze eigen cultuur geleerd. Na hen ’s maandags wat ‘grappige’ Nederlandse woorden aan te leren, hebben we op dinsdag samen ‘chocolade’ verkend. We hebben hierbij een hoop bijgeleerd en we konden zelfs zelf een chocolade figuur maken en meenemen. Hierna zijn we ook naar Antwerpen geweest, waar we langs al de hoogtepunten gewandeld hebben.
Net zoals in België, bleven we in Duitsland niet altijd binnen de schoolmuren. Zo hebben we bijvoorbeeld met heel de bende de Riha Wesergoldfabriek onveilig gemaakt. In deze fruitsappenfabriek werden we blootgesteld aan het zeer uitgebreide ontwikkelingsproces van fruitsappen en hun verpakkingen. Het proeven van de sappen was uiteraard één van de leukste aspecten van de uitstap was.  
In feite lijkt de cultuur in Duitsland wel op die van ons. Natuurlijk vallen de verschillen veel harder op dan de gelijkenissen. In tegenstelling tot onze school blijven ze in de pauzes bijvoorbeeld binnen, vooral omdat er buiten geen plaats is voor alle studenten om naar toe te gaan. Ook valt op hoe vroeg ze met hun schooldagen klaar zijn: één uur 's middags als je 6 lesuren hebt die dag, drie uur als je er 8 zou hebben. 
 
Het is op zijn minst gezegd bijzonder om het zelf te ondervinden. Je kan het namelijk in schoolboeken leren, op het internet vinden en alles wat je wil, maar voor het zelf mee te maken was dit een unieke kans. Daarnaast hadden we ook ongelofelijk veel geluk wat de Duitse klas betreft. Op bepaalde momenten leek het alsof we een grote klas waren, wat wel voor een leuke sfeer zorgt. 
 
In ieder geval vonden we het allemaal wel jammer dat de bus vrijdagmiddag klaarstond om naar België te vertrekken.
Annebeau Hofkens (4L4), Marthe D’Hooghe (4L5) en Rik Janssens (4L5)